Preventie

Brandweer Lichtervelde heeft een eigen brandpreventiedienst die binnen de gemeente advies geeft in verband met brandbeveiliging. Voor meer informatie zie rubriek korpsinfo/activiteiten/preventie .

Brandbeveiliging

bestaat uit:

  • BRANDPREVENTIE , waarmee het voorkomen van brand bedoeld wordt.
  • BRANDMELDING, waardoor gezorgd wordt voor een zo snel mogelijke ontdekking en bestrijding van de brand
  • BRANDBESTRIJDING , waardoor getracht wordt een begin van een brand zelf te blussen, hoewel de brandweer toch altijd gealarmeerd moet worden
  • EVACUATIE, waardoor gezorgd wordt dat elke bewoner de woning of het gebouw tijdig kan verlaten
  • VOORKOMEN IS ALTIJD BETER DAN BLUSSEN !!!

Brandpreventie

  • Voorkomen van brand, wettelijk toebedeeld aan de brandweer
  • Brandvoorkoming gebeurt reeds van in de ontwerpfase van een gebouw constructie of installatie
  • Brandweer onderzoekt bouwaanvraagdossiers en formuleert opmerkingen die door de bouwheer verplicht dienen opgevolgd te worden.

Wat doe je bij brand?

  • Bel onmiddelijk het noodnummer 100 of 112
  • Vermeld zo duidelijk mogelijk: wie belt, wat er gebeurt en waar het gebeurt
  • Sluit alle ramen en deuren, indien mogelijk
  • Zorg dat iedereen het huis verlaat, en waarschuw de medebewoners
  • Is de brand nog klein dan kunt u misschien nog zelf blussen
  • Wacht de brandweer op, en leg uit wat er precies aan de hand is

Hoe alarmeer je de hulpdiensten?

Heb je een eerstehulpopleiding gevolgd? Blijf dan best zelf bij het slachtoffer en vraag aan een omstander om te alarmeren. Ben je helemaal alleen? Roep eerst om hulp! Als er niemand komt opdagen, verwittig dan zelf gespecialiseerde hulp.

Wie moet je alarmeren?

  • Bel onmiddellijk 112 (of 100). 100 is het éénvormige telefoonnummer voor dringende medische hulpverlening in België. 112 is het Europees noodnummer. Vanuit beide centrales wordt alle verdere hulp georganiseerd: politie, brandweer...
  • Heb je alleen politiehulp nodig? Bel dan het éénvormig nummer 101.
  • Andere nummers vind je bij noodnummers.

Hoe kan je alarmeren?

  • Vaste telefoontoestellen
    De nummers 100, 112 en 101 zijn gratis. In openbare telefoontoestellen heb je geen geldstukken of telefoonkaart nodig. Wanneer je belt, krijg je geen beltoon. Hang niet op, maar wacht tot je contact krijgt met de centrale.
  • Praatpalen
    Langs grote verkeersaders vind je om de 2 km een praatpaal. De dichtstbijzijnde praatpaal wordt aangegeven met pijltjes op de verlichtingspalen of op kilometerbordjes. Op de paal staat een knop die je moet indrukken om met de politie te spreken. Deze praatpalen kan je gebruiken om een ongeval of mechanisch defect te melden en om dringende inlichtingen te vragen. De politie verwittigt de nodige diensten.
  • GSM
    Let erop dat je gsm een goede plaatsbepaling geeft. Je kan 112 (of 100) bellen. Je wordt dan met de dichtstbijzijnde hulpcentrale verbonden.
  • Noodfax
    Doven, slechthorenden en slechtsprekenden gebruiken het systeem van de noodfax. De oproeper vult een standaardformulier in en faxt dit naar het nummer 100. De oproep wordt onmiddellijk en op dezelfde manier behandeld als een telefonische oproep.

Wat moet je meedelen?

  • Wat er gebeurd is en wat de gevaren zijn
    Geef een juiste beschrijving van het ongeval, kort en bondig. Probeer de telefonist niet te overtuigen dat het dringend is. Elke oproep is dringend. Vermeld alle gegevens die nodig zijn om de juiste hulpdiensten te sturen: slachtoffer dat moet worden bevrijd, brand- of ontploffingsgevaar, gaslek, vermoedelijk aantal slachtoffers, toestand van de slachtoffers…
  • Waar het gebeurd is
    Gemeente, wijk, straat, huisnummer, eventueel verdieping, grote herkenningspunten in de omgeving (o.m. grootwarenhuis, benzinestation of monument)…
  • Wie de slachtoffers zijn en in welke situatie ze zich bevinden
    Hoeveel slachtoffers? Gaat het om kinderen, volwassenen of bejaarden? Eventueel andere gegevens als deze belangrijk zijn. Denk maar aan een zwangere vrouw, een hartpatiënt… Vermeld zeker de vitale functies. Bij een bewusteloos slachtoffer en bij een ademhalings- of hartstilstand wordt een speciaal team uitgestuurd met de vereiste apparatuur.

Voorbeeld: "Ter hoogte van nummer 19 in de Nieuwstraat in Diepenbeek is een vrachtwagen tegen een elektriciteitspaal gereden die is afgeknakt. De tank van de vrachtwagen heeft gevaarnummer 856-1796. De chauffeur blijkt niet te zijn gekwetst.

Wanneer alarmeren?

Benader eerst het slachtoffer en zorg dat je een goed beeld van zijn toestand krijgt. Alarmeer onmiddellijk daarna de hulpdiensten en meld hen hoe het zit met het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer.
In een aantal gevallen moet je onmiddellijk alarmeren. Als er veel slachtoffers zijn, als het slachtoffer niet veilig kan benaderd worden, als de gevaren te groot zijn om de alarmering uit te stellen tot na de benadering van het slachtoffer (bijvoorbeeld bij een lekkende tank of een ongeval op de snelweg).

 

Voorkomen is beter dan blussen

  • Zorg voor een veilige vluchtweg!!! Maak een vluchtplan.
  • Blokkeer nooit een vluchtweg : dus geen ramen of deuren dicht timmeren of er een kast voor plaatsen
  • Roken in bed is gevaarlijk, doe het niet!
  • Rook nooit terwijl je een spuitbus gebruikt
  • Gooi nooit een peuk van een sigaret of sigaar in de prullemand, hij kan nog smeulen !!!
  • Gebruik nooit brandbare vloeistoffen zoals benzine, spiritus en lijm bij open vuur, dus ook niet terwijl u rookt
  • Beperk brandbare stoffen in de woning. Sluit ze steeds goed af en berg ze op waar voldoende ventilatie is.
  • Een feestje is leuk, voorkom dat het een drama wordt! Pas op met feestslingers en visnetten bij kaarsen en ander open vuur.
  • Vindt u een lamp te fel, dek die nooit af met een krant of een doek! Een brand is zo ontstaan.
  • Wasgoed drogen boven een gasstel is vragen om brand
  • Als u uw wasgoed te dicht bij de kachel te drogen hangt, kan het in brand vliegen: houd daarom wat afstand tussen kachel en wasgoed
  • Plaats een vonkenscherm voor een open vuur (bv. haard)
  • Als u verf gaat verbranden, zorg dan dat u eerst brandende zaken, zoals bvb gordijnen weghaalt
  • Gebruik elektrisch verlengsnoer altijd in uitgerolde toestand, in opgerolde toestand kan het warm worden en in brand vliegen.
  • Laat uw strijkijzer nooit te lang op het strijkgoed staan… van een schroeiplek naar een brand is maar een kleine stap
  • Het gebruik van driewegstekkers is gevaarlijk, laat liever wat meer stopcontacten in uw huis aanleggen.
  • Schakel elektrische toestellen volledig uit als je ze niet gebruikt
  • Zorg ervoor dat elektrische snoeren en apparaten uit de buurt van water blijven
  • Brandende kaarsen niet onbewaakt achterlaten
  • Vlam in de pan ? blus nooit met water, draai het gas uit en schuif het deksel op de pan. Ga nooit met een brandende pan lopen !!!
  • Blus nooit een frietketel met water
  • Een gasgeur is altijd een alarmsignaal. Veroorzaak dan nooit een vlam of een vonk (bv. door deurbel, schakelaar, GSM, roken, aansteker of lucifers)
  • Laat kinderen en dieren niet alleen bij open vuur : ze beseffen vaak het gevaar niet
  • Voorkom dat kinderen met vuur spelen ! Veel ernstige branden zijn zo ontstaan
  • Aanstekers en lucifers buiten het bereik van kinderen houden
  • Hou giftige en ontvlambare producten buiten het bereik van kinderen
  • Gebruik nooit een lift tijdens een brandgevaarlijke situatie
  • Ga nooit terug in een brandende ruimte als de rook te dicht of de warmte te hevig is
  • Installeer een rookmelder
  • Plaats een brandblusser
  • Koop een blusdeken

 

Een goede rookmelder  herken je aan vier aspecten.

zie onder Foto's/preventie/rookmelder

 

1.      Koop een optische rookmelder

Of een rookmelder al dan niet optisch is, vind je terug op de verpakking. Soms vind je ook de term foto-elektrisch. Vroeger waren er ook ionische rookmelders, maar de verkoop ervan is verboden sinds 1.11.2010 en ze zullen vanaf 1 januari 2020 niet meer gebruikt mogen worden door particulieren.

Zoek op de verpakking naar de vermelding “optische rookmelder” 

2.      Zoek op de verpakking naar de “CE”-markering en de norm “EN14604”

De vermelding van de “CE-markering” en de norm “EN14604” wil zeggen dat dit model voldoet aan de technische bepalingen waaraan een woningrookmelder wettelijk moet voldoen. M.a.w. dat het een betrouwbare rookmelder is. Op de website van ANPI (www.anpi.be), een officieel keuringsinstituut voor brandwerende middelen, vind je een lijst met gecertificeerde rookmelders voor woningen.

Zoek op de verpakking naar vermelding ‘CE’ en norm ‘EN14604’

3.      Controleer of er een testknop op het toestel aanwezig is

Om de goede werking van een rookmelder te kunnen controleren, is het belangrijk dat het toestel over een testknop beschikt. Door kort op de testknop te drukken, gaat het alarm enkele seconden af en weet u dat het toestel werkt

De testknop van de rookmelder bevindt zich er meestal midden op.

 4.      Kijk na welke soort batterij er in het toestel zit

Bepaalde rookmelders zijn voorzien van een niet vervangbare batterij die 10 jaar meegaat. Zo’n toestel kost iets meer, maar je bent 10 jaar gerust. Er wordt sowieso aangeraden om 10-jaarlijks de rookmelder te vervangen door een nieuwe.

Toestellen met vervangbare batterijen, geven dikwijls ook een signaal als de batterijen bijna leeg zijn. Bij deze toestellen moet je natuurlijk wel de reflex hebben de batterijen echt te vervangen en niet de lege batterijen eruit te halen om van het gepiep vanaf te zijn.

Informatie over de batterij kan je op de verpakking terug vinden

Gewestelijke regelgeving

Regio

Wetgeving

Van toepassing op…

Type rookmelder

Vlaams Gewest

8 mei 2009 – Verschenen in het Belgische Staatsblad op 25.06.2009

Nieuwbouwwoningen en renovaties waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is.

Optisch

Meer informatie over rookmelders : www.speelnietmetvuur.be

Meer info over de Nationale Rookmeldercampagne of over lokale initiatieven: besafe@ibz.fgov.be

 

 

Is je huis brandveilig?

Tien tips om je brandveiligheid te verhogen

  • Een rookmelder kan je leven redden! Plaats er één op elk verdiep en test de werking maandelijks.
  • Laat je verwarmingsinstallatie controleren en reinigen door een erkend vakman. Bewaar ook het verslag van de controle.
  • Speel niet met vuur en leer dit ook aan, aan je kinderen! Een ongeluk is snel gebeurd.
  • De elektrische installatie van je woning moet verplicht om de 25 jaar gekeurd worden.
  • Een blusdeken is een nuttig instrument in de keuken om beginnende branden te blussen (vb. een brandende frietketel).
  • Schaf een brandblusapparaat aan en leer ermee omgaan. Het kan helpen om snel een beginnende brand te blussen en verdere schade te voorkomen.
  • Vernieuw of reinig minstens 4 keer per jaar de filter van de afzuigkap in de keuken!
  • Reinig de stoffilter van je droogkast na elke wasbeurt. De meeste branden door elektrische toestellen komen voor bij droogkasten!
  • Maak een evacuatieplan op en test het regelmatig met je gezin. Op die manier vermijd je paniek en tijdverlies in noodsituaties!
  • Schakel je tv-toestel en andere losse elektrische apparaten uit bij afwezigheid! Het bespaart energie en is veiliger.

De belangrijkste tips ter voorkoming van keukenrisico's!

  • Laat potten en pannen niet zomaar op het vuur staan.
  • Vergeet het kooktoestel niet uit te zetten als je de keuken verlaat.
  • Laat de gasaansluiting regelmatig nakijken.
  • Gebruik de kookplaat niet als verwarmingstoestel.
  • Niet alle voorwerpen mogen in je microgolfoven. Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing van het toestel.
  • Sluit het voedsel niet hermetisch af. Zorg er bij het opwarmen voor dat de stoom kan ontsnappen.
  • Ververs regelmatig het frituurvet (na ongeveer 10 keer).
  • Laat de friteuse nooit onbewaakt achter terwijl het aanstaat.
  • Reinig of vernieuw de vetfilter van de dampkap minstens 4 keer per jaar.
  • Flambeer nooit onder een werkende dampkap.
  • Schakel de dampkap uit indien een pot of de friteuse vuur vat.
  • Houd lucifers en aanstekers buiten het bereik van kinderen.
  • Ga na of lucifers volledig gedoofd zijn.
  • Pas op voor CO-vergiftiging, indien je geiser op gas werkt. Voorzie voldoende ventilatie.
  • Beperk het aantal toestellen dat je aansluit op een verlengsnoer of verdeelstekker (overschrijd het maximaal vermogen niet).
  • Vermijd elk contact met water. Houd stopcontacten, verlengsnoeren en verdeelstekkers buiten het bereik van kinderen.
  • Houd brandbare materialen (kookboeken, keukenpapier, gordijnen,…) uit de buurt van warmtebronnen (bijvoorbeeld kookplaat van het kooktoestel).
  • Houd ontvlambare producten buiten het bereik van kinderen.
  • Sla die producten niet op in de keuken.
  • Sla het nummer van het antigifcentrum (070/245 245) op in je gsm of leg het naast de telefoon.
  • Schakel kooktoestellen zoals een fondue- of gourmettoestel, een schotelverwarmer,... uit als je de ruimte verlaat.
  • Plaats de oven buiten het bereik van kinderen om brandwonden te voorkomen.
  • Neem een ovendeur die niet opwarmt aan de buitenkant.
  • Reinig regelmatig de broodrooster.

Hittegolf, ozonpieken en medische problemen tijdens de hitte

Gezond genieten van het zomerweer

In de zomermaanden kan het behoorlijk warm zijn. Veel mensen ervaren de hitte als een welkome periode van terras- en strandbezoek; voor anderen kan aanhoudende hitte juist een bedreiging zijn voor de gezondheid, zeker voor ouderen. Weet wat u moet doen als het warm wordt!

Wat zijn klachten van hitte?

Warm weer kan leiden tot klachten zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, duizeligheid en hoofdpijn. Daarnaast kunnen huidproblemen optreden zoals jeuk en uitslag met blaasjes. In ernstige situaties kan door uitdroging kramp, misselijkheid, uitputting, flauwte en bewusteloosheid optreden.
Uitdroging kan vooral bij ouderen leiden tot verstoring van de bloeddoorstroming van vitale organen (hart, longen, hersenen, nieren) met mogelijk levensbedreigende gevolgen. Niet alleen ouderen, maar ook mensen met een chronische aandoening, personen in een sociaal isolement, daklozen, mensen met overgewicht en (zeer) jonge kinderen hebben een groter gezondheidrisico. Ook in België zijn elk jaar sterfgevallen te betreuren door aanhoudend warm weer.

Symtomen verbonden aan hoge temperaturen en ozonpieken.

1. Zonnesteek

Een zonnesteek heeft te maken met het directe effect van de zon op het hoofd en komt (vooral bij kinderen) voor na een rechtstreekse blootstelling aan de zon. Een zonnesteek wordt in de hand gewerkt door de hitte en gekenmerkt door hevige
hoofdpijn, slaperigheid, misselijkheid, eventueel bewustzijnsverlies en hoge koorts met soms brandwonden.

2. Hittekrampen

Hittekrampen zijn spierkrampen die zich vooral voordoen in de buik, de armen en de benen en die plotseling opkomen bij overvloedig zweten tijdens zware fysieke inspanningen. De krampen verdwijnen meestal zodra de fysieke activiteit wordt stopgezet.

3. Uitputting als gevolg van de hitte

Uitputting als gevolg van de hitte treedt op na meerdere warme dagen: door hevige transpiratie verliest het lichaam veel vocht en zouten. Deze uitputting gaat gepaard met duizeligheid, flauwte en vermoeidheid, slapeloosheid of ongewoon onrustige nachten, eventueel misselijkheid of braken. Als uitputting niet behandeld wordt, kan ze leiden tot een hitteslag.

4. Hitteslag

Als iemand gedurende langere tijd wordt blootgesteld aan een hoge temperatuur, kan dit tot zware complicaties leiden door een gebrekkige thermische regulatie van het lichaam: hoge lichaamstemperatuur, droge huid, zeer snelle hartslag met al snel
bewustzijnsverlies en shocktoestand tot gevolg: dit is een medisch noodgeval dat binnen enkele uren dodelijk kan zijn!!!

5. Symptomen verbonden aan een ozonpiek en luchtvervuiling

Niet alleen zieke mensen, maar ook iemand met een goede gezondheid kan last krijgen van deze symptomen: ademhalingsmoeilijkheden, irritatie van de ogen en/of de keel, hoofdpijn.

Welke personen lopen de meeste risico’s?

  • Heel jonge kinderen (tot ongeveer vier jaar) lopen een zwaar risico: blootstelling aan de zon of verblijf in een afgesloten en warme ruimte (wagen, kamer zonder verluchting…) zal sneller tot uitdroging of tot een hitteslag leiden.
  • Personen vanaf een bepaalde leeftijd (65 jaar en ouder; in de leeftijdsklasse boven 65 jaar wordt er vooral bij de individuen boven 80 jaar een oversterfte vastgesteld): hun lichaam reageert minder snel op plotse grote temperatuursverschillen; dikwijls lijden ze aan bepaalde chronische ziekten die een correcte lichaamsreactie vertragen of onmogelijk maken; ze nemen geneesmiddelen die een negatieve invloed hebben op de lichaamstemperatuur regeling.
  • Personen die lijden aan een aantal ziekten o.a. long- en hartaandoeningen, nierziekten, suikerziekte, ziekten van het centrale zenuwstelsel (Parkinson, dementie, ziekte van Alzeimer…), ziekten die uitdroging kunnen veroorzaken (bv.gastroenteritis);
  • Personen die bepaalde geneesmiddelen nemen die de regeling van de lichaamstemperatuur nadelig beinvloeden.
  • Personen met overgewicht;
  • Personen die een overmatige inspanning verrichten tijdens werk of sport
  • Arme en sociaal geisoleerde individuen lopen meer risico: de eerste groep omdat ze meestal in omstandigheden leeft die een correcte afkoeling onmogelijk maakt (slecht geïsoleerde of geventileerde huizen, overbehuizing etc…), de tweede groep omdat ze in geval van medische problemen ten gevolge van oververhitting veel trager aangepaste hulp zal vragen of ontvangen. Bovendien komen hitteperiodes het meeste voor tijdens de vakantieperiodes die het sociaal leefmilieu van de risicogroepen sterk kan veranderen;
  • Personen met alcoholverslaving en abstinentiesyndromen.

 

Wat kun je doen om ongemak bij jezelf tijdens de hitte te beperken?

  • Drink voldoende: Zorg ervoor dat u voldoende drinkt (mineraalwater,fruitsap, tisanes ….), ook als u geen dorst heeft. U drinkt te weinig als u minder plast dan gebruikelijk of als de urine donker van kleur is. Bedenk dat u ook ongemerkt veel vocht verliest door transpiratie. Vermijdt het gebruik van alcohol en gesuikerde dranken

Tip: Zorg dat u altijd een flesje water bij de hand hebt, zeker als u naar buiten gaat of met de auto op pad gaat.

  • Houd uzelf koel: Draag dunne kleding. Blijf in de schaduw en beperk lichamelijke inspanning in de middag (tussen 12 en 16 uur).

Tip: Maak gebruik van de koelere ochtend en avond voor uw boodschappen of wandeling. Neem een (voeten)bad of douche. Zoek verkoeling onder een boom of bij water en slaap niet onder een te warme deken. Begin vroeger te werken, stop gedurende de middag en begin terug in de late namiddag

  • Houd uw woning koel: Opwarming van de woning kan worden beperkt door tijdig gebruik te maken van zonwering, ventilator of, indien aanwezig, airconditioning. Zorg voor continue ventilatie door ventilatieroosters open te houden of ramen op een kier te zetten.

Tip: Zorg voor extra frisse lucht door het openen van ramen en/of deuren op tijdstippen dat het buiten koeler is, zoals ‘s avonds, ‘s nachts en ‘s ochtends.

  • beperk fysieke inspanningen zoveel mogelijk (bv. sportactiviteiten); en indien toch noodzakelijk, rust dan geregeld en neem dan voldoende hoeveelheden drank;

Tip: pas uw kleding aan: draag lichte kleding, helder van kleur. Een hoed kan nuttig zijn indien u buiten moet;

  • Zorg voor elkaar: Let bij warm weer extra op mensen in uw omgeving die misschien uw hulp kunnen gebruiken. Dat geldt des te meer tijdens de vakantieperiode, wanneer familieleden en verzorgenden weg kunnen zijn.

Tip: Let extra op elkaar bij warm weer en steek een helpende hand toe.

  • indien u bepaalde medicamenten neemt, informeer bij uw behandelende geneesheer of zij al dan niet een negatief effect kunnen hebben gedurende een hitteperiode en of de dosis al dan niet aangepast moet worden;

Tip: informeer ook steeds andere personen over de eventuele geneesmiddelen die u neemt… dit voorkomt verrassingen.

Zie bij http://www.brandweerlichtervelde.be/fotoalbums/preventie/hittegolf

Hoe voorkom je hittegebonden ziekten bij kinderen?

  • laat nooit een kind alleen in een geparkeerde wagen of een warme plek;
  • laat kinderen veel en regelmatig drinken (zo weinig mogelijk gesuikerde
  • limonades);
  • kleed ze licht aan (een hoed kan zeer nuttig zijn!);
  • verbied ze te lang in de zon te gaan spelen (vermijd alleszins de middag en vroege namiddagzon: (risico van verbrandingen van de huid);
  • wrijf ze STEEDS in met hoogbeschermende zonnecrèmes als ze zich in de zon begeven.

 

Hoe voorkom je hittegebonden ziekten bij oudere familieleden en bij buren en kennissen, vooral alleenstaande zieken en bejaarden voor wie je zorgt?

  • Let u reeds op bepaalde personen maar bent u gedurende een bepaalde periode afwezig, neem dan de nodige voorzorgsmaatregelen :
  • informeer hiervan andere personen (buren, familieleden, arts of thuisverpleger) en tracht enkele mensen te vinden in uw omgeving die uw taak tijdelijk willen overnemen;
  • neemt de persoon geneesmiddelen, zorg er dan voor dat die in voldoende hoeveelheid aanwezig is en gemakkelijk bereikbaar;
  • noteer alle belangrijke informatie over de persoon (in het geval deze toch dringend zou moeten worden opgenomen in een instelling) en leg die informatie op een duidelijk zichtbare plaats (of geef ze aan een persoon die beschikbaar is);
  • maak een lijst met de belangrijkste telefoonnummers en plaats een telefoon in de nabijheid;
  • geef een dubbel van de sleutels aan een vertrouwenspersoon: aldus kan er steeds iemand binnen in geval van nood;
  • bel regelmatig op een afgesproken tijdstip: dit stelt de persoon die u verzorgt gerust.

Hoeveel moet je drinken tijdens een hitteperiode?

  • Bij warm weer drink je meer dan je gewoon bent: wacht niet tot je dorst hebt! Volwassenen drinken minstens 1,5 liter per dag (8 glazen)
  • Dit moet meer zijn bij fysieke inspanningen (twee tot vier glazen per uur)
  • Je drinkt best minerale of lichtbruisende dranken die zout bevatten, verse fruitsappen of sportdranken
  • Je vermijdt best dranken als koffie, thee, alcohol suikerhoudende dranken
  • Bij bejaarde personen: let erop dat ze regelmatig drinken. Ze voelen niet altijd zelf de noodzaak om te drinken. Help hen indien nodig: geef dan geregeld kleine hoeveelheden: dit ontmoedigt hen minder dan grote hoeveelheden; maak de smaak
    eventueel aangenamer met een scheutje grenadine, munt of andere siroop
  • Bij kinderen die ziek zijn: geef steeds voldoende te drinken maar vraag steeds het advies van de behandelende arts. Bij bepaalde symptomen kan een kind veel vocht verliezen (overgeven, diarree, koorts) en dan moeten aangepaste hoeveelheden vocht toegediend worden (op basis van het gewicht en het vochtverlies).

Waar moet je op letten bij het eten?

  • Bij grote hitte, gaan voedselproducten veel sneller bederven: vermijd dus vlug bederfbare producten zoals vleeswaren, voorbereide salades allerhande… tenzij u zeker bent dat ze vers bereid, opgediend en opgegeten worden;
  • vermijd eveneens melk, boter, verse kazen, gebak dat niet onmiddellijk wordt genuttigd of waarvan u niet zeker bent dat het onder de juiste temperatuur (< 8°C) wordt bewaard.
  • Let er bij bejaarden en zieken op dat ze regelmatig eten. Het is de beste manier om zoutverlies tegen te gaan.

 

Heeft u vragen?

Heeft u vragen over uw gezondheid in relatie tot hitte, hebt u gezondheidsklachten of vragen over de gevolgen van uw medicatie tijdens aanhoudende warmte, neemt u dan contact op met uw apotheek of huisarts. Zie ook Folder hittegolf en ozonpieken.

Toekomst

Problemen rondom aanhoudende hitte worden in de toekomst waarschijnlijk erger. Allereerst zullen door toename van de levensverwachting meer mensen tot een risicogroep gerekend worden. Hoge leeftijd gaat gepaard met minder aanpassingsvermogen van het lichaam aan de warmte. Ook een bijkomende ziekte kan extra gevoelig maken voor hitte. Meer over Zorg voor kwetsbare ouderen.
Klimaatstudies geven aan dat een geleidelijke stijging van de temperatuur in de komende decennia waarschijnlijk is. Ook extreme weersomstandigheden zoals hittegolven gaan zich waarschijnlijk vaker voordoen. Overigens is een geleidelijke stijging van de gemiddelde temperatuur op zich geen probleem omdat het lichaam zich daaraan aanpast. Het zijn de pieken in de hitte die gevaarlijk zijn.

 

Het hittegolf- en ozonplan “HOP-2005’ 

De focus van dit plan ligt op bewustmaking, alertheid en het bieden van behandelingsmogelijkheden. Het integreert de maatregelen tegen een hittegolf en de begeleidende dreigende ozonpieken in één samenhangend geheel, omdat hitte en de ozonpieken die daar vaak mee samengaan een wederzijds negatief versterkend effect hebben op de gezondheid van de ganse bevolking.
Een duidelijkere strategie, zowel preventief als therapeutisch, en de hieruit volgende operationele maatregelen worden u voorgesteld.
Prioritair voor ons blijft het tijdig kunnen waarschuwen van de gezondheidsinstellingen en de gezondheidswerkers en meer specifiek de instellingen waar zich de meeste risicopersonen bevinden.

Hier kunt u het Hitteplan downloaden
Plan hittegolf en ozonpieken: samenvatting (.PDF)

Hier zijn ook de volgende brochures voor zorgverleners beschikbaar:
- De hitte de baas, koeling in zorginstellingen
- Dehydratie bij ouderen
- Houd het hoofd koel

Zonnebrand

Om zonnebrand te voorkómen is het raadzaam de zon tussen 11 en 15 uur te mijden. Gebruik een zonnebrandcrème (elke twee uur insmeren), een hoed of pet en kleding om de huid te beschermen en gebruik een zonnebril met UV filter. Een zonnebankkuur beschermt overigens niet tegen verbranding door de zon. De huid van kinderen kan makkelijk beschadigd worden door UV-straling. Daarom moeten kinderen tot 16 jaar optimaal beschermd worden met een zonnebrandcrème met factor 30 of hoger. Na het zwemmen altijd opnieuw insmeren als men geen waterbestendig zonnebrandmiddel gebruikt. Houd baby’s in de schaduw en smeer ze ook daar in met zonnebrandcrème.

Zwemmen in natuurwater

Het advies is alleen in natuurwater te zwemmen, dat gecontroleerd wordt. Controle kan uitwijzen dat er problemen zijn met het zwemwater. Zo kan de bacteriële verontreiniging te groot zijn. Er kan een parasiet aangetroffen worden, die zwemmersjeuk geeft. Ook kunnen giftige producten afkomstig van de zogenaamde blauwalg worden aangetroffen, die huidklachten kunnen geven. Het inslikken van water kan maag-/darmstoornissen of zelfs problemen met de lever veroorzaken. In al deze gevallen is het advies niet meer in deze wateren te zwemmen.

Tekenbeten

In het duingebied en de Ardennen is 1 op 10 teken besmet met de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Bij verwijdering van de teek binnen 24 uur kan men ervan uitgaan dat een besmette teek niet de ziekte overbrengt. Controleer altijd ná verblijf in de duinen of bos of er een teek zit en verwijder deze met een tekenverwijderaar, bijvoorbeeld een tekenpincet. Een tekenbeet zelf is geen reden voor een antibioticumkuur. Wél als er daarna een rode plek groter dan 5 cm in doorsnee ontstaat, die in het midden lichter is dan aan de rand. Raadpleeg dan de huisarts.

Voedselvergiftiging

Als voedsel niet goed gekoeld wordt, kunnen bacteriën zich sneller vermenigvuldigen. Haal vlees zo kort mogelijk voor het barbecuen uit de koelkast. Eet alleen vlees dat helemaal gaar is geworden. Kippenpootjes kunnen eerst gekookt worden om te zorgen dat ze helemaal gaar worden. Niet volledig gare hamburgers kunnen de hamburgerziekte (bloederige diarree en zelfs nierproblemen) veroorzaken. Probeer zoveel mogelijk aanbranden te voorkomen.

Smog of Ozonpieken

In de zomer kunnen door blootstelling aan ozon de volgende klachten optreden: oog-, neusen keelirritatie, hoesten, pijn op de borst, kortademigheid, hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid. Met name mensen die zware inspanningen in de buitenlucht verrichten, mensen met luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten en ouderen krijgen sneller klachten. De concentratie ozon is aan het eind van de middag en begin van de avond het hoogst. Bij matige smog wordt meestal een voorwaarschuwing gegeven, omdat sommige mensen dan al klachten kunnen krijgen. Bij kans op ernstige smog volgt een officiële waarschuwing om zich in de middag en vroege avond niet langdurig in de buitenlucht in te spannen.

CO de stille doder

Koolstofmonoxide (CO) is een kleurloos , reukloos en smaakloos gas, dat ontstaat bij onvolledige verbranding.

Het is heel gevaarlijk en je kan er zelfs van sterven.

  • Je ruikt het niet
  • Je ziet het niet
  • Je proeft het niet
  • Je voelt het niet

Alle gasgeisers en alle verwarmingstoestellen die werken op gas, kolen, mazout en petroleum hebben veel lucht (zuurstof) nodig om goed te branden. Als er te weinig zuurstof in de kamer aanwezig is, wordt het gevaarlijke gas CO gevormd! Bij elektrische toestellen kan geen CO ontstaan.

Hoe herken je CO-gevaar thuis?:

  • Klachten (duizeligheid, moeheid, hoofdpijn, flauw vallen of braken) bij verschillende personen tegelijk of bij huisdieren.
  • Klachten (duizeligheid, moeheid, hoofdpijn, flauw vallen of braken) op bepaalde tijdstippen (bij het nemen van een bad, een douche of tijdens de afwas).
  • Klachten (duizeligheid, moeheid, hoofdpijn, flauw vallen of braken) die verminderen in frisse lucht of wanneer je
  • Je kan CO ook opmerken doordat er veel roet op de muren zit bij gasboilers of gasgeisers.
  • Een abnormaal hoge vochtigheid en condensatie in huis.
  • Let op de kleur van vlammen. Gele vlammen wijzen op een slechte verbranding.

Wat moet je doen wanneer iemand een CO-vergiftiging heeft?

  • Let eerst op je eigen veiligheid!
  • Open eerst ramen en deuren.
  • Schakel het toestel uit.
  • Is de persoon bewusteloos: bel 112 en vermeld dat het om een CO-vergiftiging kan gaan.
  • Is de persoon niet bewusteloos: breng hem uit de kamer en bel de huisarts.

Vermoed je een CO-probleem?

  • Contacteer de brandweer: ze kunnen het CO-gehalte in je huis meten en nagaan hoe ze je van dienst kunnen zijn.

 

Tips om CO-vergiftiging te voorkomen:

Zorg voor voldoende verluchting. In de kamer waar een gasgeiser - of een verwarmingstoestel zonder rookafvoer staat, moet altijd gezorgd worden voor extra verluchting. Zorg dat de schoorsteen goed trekt. Als de verbrandingsgassen niet weg kunnen via de schoorsteen of rookafvoer komt er CO in de kamer. Wist je dat door een slechte verluchting je toestel minder goed brandt en je toestel meer verbruikt?

Toestellen:

  • Voorzie altijd voldoende ventilatie, op plaatsen waar een verwarmingstoestel aangebracht is
  • Gebruik toestellen op een veilige manier
    • Laat ze plaatsen door een vakman.
    • Onderhoud ze regelmatig.
    • Gebruik ze op de juiste manier.
    • Plaats bij voorkeur een toestel met rookafvoer.
  • Gebruik geen boiler die niet aangesloten is op een schoorsteen
  • Gebruik geen bijverwarmingen die niet aangesloten zijn op een schoorsteen
  • Er bestaan ook gasgeisers, gaskachels en gasbranders met muurdoorvoer (ook ‘ventouse-systeem’ genoemd). Deze toestellen hebben geen schoorsteen nodig. Zij zuigen de nodige zuurstof direct van buiten aan en drijven de verbrandingsgassen rechtstreeks weer naar buiten. Het zijn zeer veilige toestellen als ze goed zijn aangesloten. Bij aankoop zijn ze wel iets duurder.
  • Ongeveer de helft van de CO-vergiftigingen wordt veroorzaakt door kleine 5-liter-gasgeisers aangesloten op een douche of een bad. Volg deze regels:
    • CE Gekeurd
    • Douche min. 10 L
    • Bad min. 13 L
  • Kachels en ketels voor centrale verwarming vragen een juiste aansluiting op een schoorsteen en een regelmatig onderhoud door een bekwaam vakman. Een kachel op een lage stand laten branden is gevaarlijk. Dit vermindert de trek in de schoorsteen. Plaats daarom nooit een te grote kachel in een kleine kamer. Want je zal het dan vlug te warm krijgen en toch de kachel op een lage stand zetten. Dat is heel gevaarlijk. Laat de zuurstofklep van een kolen- en houtkachel voldoende open. Er moet steeds genoeg zuurstof bij de vlammen kunnen. Zorg dat er via een raam of deur lucht binnen kan.
  • Verplaatsbare toestellen op petroleum, kerosine of gas hebben geen schoorsteen. Ze verbruiken zuurstof uit de kamer. De verbrandingsgassen komen daarna in dezelfde kamer terecht. Gebruik ze niet. Ze zijn echt gevaarlijk! Doe je dat toch?
    • Gebruik ze dan maximum 1 uur aan één stuk.
    • Gebruik ze nooit terwijl je slaapt.
    • Verlucht altijd de kamer terwijl je het toestel gebruikt.
  • Bij elektrische toestellen kan geen CO ontstaan. Deze zijn dus veiliger in gebruik, maar wel duurder qua verbruik.
  • Laat je verwarmingstoestellen geregeld nakijken door een vakman. Zelfs nieuwere toestellen kunnen CO veroorzaken.

Schoorstenen en rookafvoerpijpen

Zorg voor een schoorsteen die goed trekt en laat hem één keer per jaar door een schoorsteenveger schoonmaken

  • Moeten minstens een meter boven de dakrand uitsteken.
  • Mogen niet gehinderd worden door bomen of hoge gebouwen.
  • Moeten zo recht mogelijk zijn.
  • Mogen niet uit flexibele dampkapafvoerbuizen bestaan.
  • Moeten zonder barsten of gaten zijn, ook in huis.
  • Mogen niet vochtig zijn.
  • Moeten binnenin proper zijn.
  • Moeten goed geïsoleerd zijn.

 

Enkele brandpreventietips voor tijdens de zomermaanden:

  • Zin in een lekkere barbecue? Plaats de barbecue eerst en vooral op een vlakke plaats en niet te dicht bij uw tent of kampeerwagen.
  • Gebruik nooit methanol, benzine, brandgel … als aanmaakmiddel voor een barbecue! Overgiet ook nooit met extra brandstof.
  • Controleer bij een gasbarbecue de stevigheid van de gasslang en de eventuele vervaldatum van de gasfles.
  • Doof na het barbecueën alles grondig uit en verplaats de barbecue pas als die volledig is afgekoeld.
  • Schaf u eventueel ook een brandblusser aan! Het kan u helpen om in geval van brandgevaar snel zelf in te grijpen.
  • Gebruikt u gasflessen om te koken? Bewaar ze dan uit de zon op een koele plaats en zet ze rechtop.
  • Huur je een vakantiewoning? Zorg dan dat je de vluchtroute en uitgangen van het gebouw goed kent. Controleer eventueel ook de aanwezige rookdetectoren.
  • Schakel, vooraleer u op vakantie vertrekt, alle elektrische apparaten uit (behalve de koelkast en diepvriezer).

Wat te doen bij een overstroming

Vooraf

Woon je in een zone die geregeld getroffen wordt door overstromingen, dan kan je je hierop voorbereiden.

  • Voorzie verwarming op de bovenverdieping.
  • Maak de (stookolie)tanks vast.
  • Zorg ervoor dat er geen meubels geplaatst zijn op plaatsen die makkelijk overstromen.
  • Zaag een plaat uit fineerhoud of triplex om je deuren dicht te stoppen.
  • Bewaar op de bovenverdieping al je belangrijke papieren, een eerstehulpkit, een veiligheidskamp en indien mogelijk, een telefoon.

Wanneer het water stijgt

Wanneer het water stijgt, vraag dan hulp aan je vrienden en je buren om zoveel mogelijk goederen te verplaatsen.

  • Draag alle waardevolle voorwerpen naar boven.
  • Verhuis wat kan.
  • Vul zandzakken of vraag ze bij de brandweer om kleine dammen te maken voor de kelderramen en de drempels.
  • Plaats een triplexplaat op de aanslag van je deur en dicht je deur mel silicone om het water zo goed mogelijk tegen te houden.
  • Evacueer de auto's en de caravan.
  • Zet de branders van de stookolieketels af.

Tijdens een overstroming

  • Verwittig de brandweer en vermeld zo duidelijk mogelijk: wie belt, wat er gebeurt, waar het gebeurt en wat je nodig hebt.
  • Zet het gas en de verwarming af.
  • Volg het nieuws op de openbare omroep zodat je op de hoogte blijft van het verloop van de situatie.
  • Ga niet door de overstroomde zone, noch te voet, noch met de auto.

Bij evacuatie

Bij zware overstromingen kan een evacuatie noodzakelijk zijn. Maar vooraleer je je huis verlaat, neem je het best de volgende punten ter harte:

  • Voorzie droge kledij en laarzen.
  • Schakel de elektriciteit uit en sluit je huis.
  • Als je niet terecht kunt bij familie of vrienden, zal het stadsbestuur zorgen voor onderdak en voeding.
  • Wil je dat de politie een oogje houdt op je woning, laat dan je gegevens achter bij het gemeentebestuur.

Na een overstroming

Eenmaal het water zich heeft teruggetrokken, is er nog werk aan de winkel.

  • Neem foto's van de overstroomde plaatsen in je woning en verzamel de facturen van beschadigde voorwerpen. Deze zal je nodig hebben om je schadevergoedingsdossier in te vullen.
  • Gebruik de checklist voor aanmelden van schade bij overstromingen.
  • Bij het gemeentebestuur kan je nog extra inlichtingen krijgen om je aanvraag voor een schadevergoeding op te stellen.
  • Ontsmet je huis met bleekwater of dettol.
  • Verlucht en verwarm de kamers van je woning

Vuurwerk

De laatste jaren wordt in de maanden november en december telkens meer vuurwerk verkocht. Al dat vuurwerk gaat natuurlijk de lucht in op 31 december. Deze toename heeft een ernstige stijging van het aantal ongevallen met vuurwerk tot gevolg. In de agenda van het brandwondencentrum wordt oudejaarsavond als een ‘zwarte dag’ beschouwd. Veilig vuurwerk bestaat immers niet. De meeste ongevallen hebben betrekking op: ernstige brandwonden, afgerukte lichaamsdelen en oorschade.

De burgemeester heeft een algemene toelating uitgevaardigd waarbij, mits het naleven van de volgende voorwaarden, vuurwerk in de nieuwjaarsnacht kan afgestoken worden. Voor ander occasioneel vuurwerk (als vb Chinees Nieuwjaar, …) dient een toelating aan de Burgemeester gevraagd te worden.

Volgende voorwaarden zijn van toepassing:

  • Het vuurwerk wordt toegelaten op 31 december van 24.00 tot 0.30 uur, gedurende 30 minuten.
  • Alleen vuurwerk met een inhoud van maximum 500 g pyrotechnische samenstellingen is toegelaten.
  • Alleen meerderjarigen mogen vuurwerk afschieten.
  • De vuurwerkmakers dienen al de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om brand en ongevallen te vermijden. Hiertoe zullen ze minstens een gepast draagbaar blustoestel (6 kg ABC poeder) binnen handbereik hebben
  • Het aansteken van vuurwerk dient te gebeuren op een voldoende veilige afstand van gebouwen en beplantingen.
  • De organisatoren dienen een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid tegen eventuele materiële en persoonlijke schade af te sluiten. Bij velen zit dit al in hun “familiale” (Ba gezin of BA privé). Check dit bij je verzekeringsmakelaar. De organisatoren blijven verantwoordelijk voor de eventueel aangerichte schade. Vuurwerk afsteken gebeurt onder de verantwoordelijkheid van wie het afsteekt en die kan dan ook burgerlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die derden ondervinden door het afgestoken vuurwerk, op basis van artikelen 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, onverminderd mogelijke strafsancties.
  • Verwittig tijdig je buren, zodat dieren (paarden, honden) op stal kunnen gezet worden.

 

Tips bij vuurwerk :

  • Koop alleen vuurwerk met een gebruiksaanwijzing.
  • Lees steeds aandachtig en volg nauwkeurig alle voorschriften of gebruiksaanwijzingen.
  • Hou er ook rekening mee dat je als particulier enkel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik mag kopen. In België draagt dit vuurwerk de benaming “feestvuurwerk”. Koop enkel wettig en veilig vuurwerk waarop één van de twee volgende verplichte kwaliteits- en veiligheidsmarkeringen staat: “Feestvuurwerk BE gevolgd door 3 letters, 4 cijfers en eindigend met een D” (bv.: BE /OTU XXXX/D). Consumenten jonger dan 16 jaar mogen dit niet kopen! Vuurwerk “categorie 1” of “categorie 2” met een CE-markering. Bovendien mag voor vuurpijlen de hoeveelheid aan actieve explosieve stof niet meer dan 40 gram bedragen. Consumenten jonger dan 12 en 16 jaar mogen respectievelijk de producten van categorie 1 en categorie 2 niet kopen. De vuurwerkartikelen die te klein zijn om een markering op aan te brengen, moeten in een gemeenschappelijke verpakking voorzien van een aangepaste markering verkocht worden. Koop nooit vuurwerk zonder gebruiksvoorschriften en bij twijfel kunt u aan de handelaar vragen om een afschrift van de handleiding mee te krijgen waarop vermeld staat hoe het gekochte product te gebruiken. Als particulier mag u feestvuurwerk kopen met daarin niet meer dan 1 kilogram pyrotechnische sas. Dit komt min of meer overeen met 4 tot 5 kg brutogewicht vuurwerk. De verkoper mag u dus geen grotere hoeveelheid verkopen.
  • Bewaar deze tuigen op een koele en droge plaats, buiten het bereik van kinderen, in een goed gesloten doos.
  • Vuurwerk en alcohol zijn niet verenigbaar: duid een Bob aan voor het vuurwerk.
  • Ontsteek het vuurwerk op een open en veilige plaats: dus niet in de omgeving van brandbare stoffen of waar veel mensen samen zijn. Kies een aangepaste schietplaats: een open zone, die vlak, horizontaal en hard is, verwijderd van woningen en geparkeerde voertuigen en ver van een dichte plantengroei, vooral bij droogte.
  • Hou toeschouwers op voldoende afstand van de plaats waar vuurwerk afgestoken wordt.
  • Ontsteek vuurwerk met een lont (gebruik geen lucifer of aansteker).
  • Houd de arm gestrekt bij het aansteken van de lont.
  • Buig het lichaam niet over het vuurwerk.
  • Bescherm uw ogen en draag eventueel een goede beschermingsbril. Draag nooit kledij die gemakkelijk vuur kan vatten.
  • Plaats een vuurpijl in een buis, die verticaal in de grond vastzit. De buis moet minstens even lang zijn als de stok van de vuurpijl. Gebruik zeker geen flessen.
  • Richt NOOIT vuurwerk op andere mensen.
  • Ontsteek elk stuk vuurwerk afzonderlijk.
  • Let op de windrichting.
  • Vuurwerk dat niet ontploft, mag je nooit opnieuw aansteken. Giet er een emmer water over en laat het een nacht liggen.
  • Bij het afsteken van vuurwerk kunnen sommige personen (kinderen, gehandicapten...) opschrikken of gewond raken. Ze kunnen ook onvoorzien reageren en mogelijk schade aan derden veroorzaken. Degenen die voor hen verantwoordelijk zijn, moeten dus de nodige voorzorgsmaatregelen nemen om ongecontroleerde reacties te vermijden.
  • Eigenaars van dieren of wie er het gebruik van heeft, moeten ook de nodige voorzorgsmaatregelen nemen voor de dieren die ze onder hun bewaring hebben. Het is dus aangewezen dat ze de dieren bij eindejaar op stal of binnen laten, om te vermijden dat de dieren op hol slaan en ongevallen veroorzaken.
  • Loopt er toch iets mis? Bel dan de hulpdiensten (100 of 112) en spoel brandwonden uitgebreid met water.

Nuttige info kan je ook raadplegen op de website www.brandwonden.be, http://economie.fgov.be/nl/binaries/dat_het_feest_maar_geen_drama_wordt_tcm325-35867.pdf (zoekterm 'Vuurwerk)

Wensballonnen

Wensballonnen, ook wel gekend als ‘Thaise lampion’, vind je in de handel terug in diverse modellen en kleuren en worden gebruikt bij verschillende gelegenheden. Andere namen voor dit product zijn: gelukslampion, ufoballon, sky lantern, herdenkingsballon, Chinese lantaarn, Oosterse lampion … De wensballonnen werken volgens het principe van de heteluchtballonnen. Een brander of in dit geval een kaars met open vlam verwarmt de lucht in een (rijst)papieren lantaarn en krijgt op deze manier de kracht om op te stijgen.  Dat ziet er erg romantisch uit, maar het is erg gevaarlijk. Naast het brandgevaar door de nabijheid van gebouwen, bomen en andere brandgevaarlijke situaties, zijn wensballonnen ook gevaarlijk voor het vliegverkeer. Daarom mag men ze niet oplaten in de nabijheid van een vliegveld. Reddingsdiensten kunnen deze wensballonnen ook verwarren met noodsignaalvuurpijlen. Bij onoordeelkundig gebruik kunnen wensballonnen bij het aanmaken en/of oplaten ook brandwonden veroorzaken.

Daarom is het oplaten van wensbalonnen sinds 21 oktober 2013 op het grondgebied van Lichtervelde zowel op openbare plaatsen als op privéterreinen ten allen tijde verboden. 

 

Veilig speelgoed

Elk speelgoed dat in ons land verkocht wordt, moet voldoen aan de zogeheten CE norm. Op de website van het Ministerie van Economische Zaken wordt die nader omschreven. Je vindt er ook een brochure over veilig speelgoed.
Hoe kan je als ouder afgaan op de kwaliteit en veiligheid van een speeltje? Hieronder geven we een aantal veiligheidstips mee:

  • Het speelgoed moet wasbaar en hygiënisch zijn
  • Let op scherpe kantjes en randen
  • Zorg dat het speelgoed stevig en stabiel is
  • Let op voor speelgoed dat te klein is bij kinderen die nog vaak speeltjes in de mond stoppen
  • Kies voor speelgoed waarvan de verf niet kan afschilferen of waarvan andere deeltjes ( draadjes, knopjes, houtschilfers,…) kunnen loskomen.
  • Let op met de verpakking
  • Kijk uit met pluche, sommige kinderen zijn er allergisch voor
  • Kijk na of het batterijencompartiment goed is afgesloten
  • Ga na of het speelgoed afgestemd is op het ontwikkelingsniveau van je kind, ongeacht zijn leeftijd.

 

 

 

Kapotte spaarlamp, wat te doen?

Spaarlampen van het type CFL (Compact fluorescent lamp) bevatten kleine hoeveelheden kwik, en daar moet voorzichtig mee omgesprongen worden. Maar wat moet u juist doen als er een spaarlamp breekt?

Wanneer een spaarlamp in goede staat is, kan het kwik niet ontsnappen. De nieuwe limiet voor kwik ligt sinds 1/1/2012 op 3,5mg. Op 1/1/2013 wordt dit nog verlaagd naar 2,5mg.

Als een spaarlamp breekt, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
 Het risico is groter voor kinderen en zwangere vrouwen: het is raadzaam om hen onmiddellijk uit de vervuilde kamer te brengen.
 Het is belangrijk om de kamer goed te verluchten en de brokstukken op een correcte manier op te ruimen.
 Gebruik nooit een stofzuiger om de restanten van een gebroken spaarlamp te verwijderen. Zo verspreidt u immers de kwikdampen en het stof doorheen de kamer, en de stofzuiger kan eventueel ook vervuild worden.

Hoe moet het dan wel?
Draag rubberen handschoenen om u te beschermen tegen glasscherven. De kleinste brokstukken en het stof kunnen verwijderd worden met behulp van zelfklevende tape. Daarna moet de plaats schoongemaakt worden met een licht vochtig stuk keukenrol om het fijnste stof te verwijderen. Doe de brokstukken daarna in een hermetisch gesloten recipiënt, bij voorkeur een glazen bokaal met een metalen deksel.

Verlucht de kamer daarna nog gedurende enkele uren.

Breng defecte spaarlampen naar de winkel (www.recupel.be) of het containerpark (www.watmetmijnspaarlamp.be) zodat u vermijdt dat er kwik in het milieu terechtkomt. Spaarlampen behoren immers tot het “klein gevaarlijk afval” en moeten worden gerecycleerd. In het kader van de aanvaardingsplicht zijn handelaars verplicht om afgedankte spaarlampen te aanvaarden indien u bij hen een nieuwe spaarlamp koopt.