Preventie

Brandweer Lichtervelde heeft een eigen brandpreventiedienst die binnen de gemeente advies geeft in verband met brandbeveiliging. Voor meer informatie zie rubriek korpsinfo/activiteiten/preventie .

Brandbeveiliging

bestaat uit:

  • BRANDPREVENTIE , waarmee het voorkomen van brand bedoeld wordt.
  • BRANDMELDING, waardoor gezorgd wordt voor een zo snel mogelijke ontdekking en bestrijding van de brand
  • BRANDBESTRIJDING , waardoor getracht wordt een begin van een brand zelf te blussen, hoewel de brandweer toch altijd gealarmeerd moet worden
  • EVACUATIE, waardoor gezorgd wordt dat elke bewoner de woning of het gebouw tijdig kan verlaten
  • VOORKOMEN IS ALTIJD BETER DAN BLUSSEN !!!

Brandpreventie

  • Voorkomen van brand, wettelijk toebedeeld aan de brandweer
  • Brandvoorkoming gebeurt reeds van in de ontwerpfase van een gebouw constructie of installatie
  • Brandweer onderzoekt bouwaanvraagdossiers en formuleert opmerkingen die door de bouwheer verplicht dienen opgevolgd te worden.

Wat doe je bij brand?

  • Bel onmiddelijk het noodnummer 100 of 112
  • Vermeld zo duidelijk mogelijk: wie belt, wat er gebeurt en waar het gebeurt
  • Sluit alle ramen en deuren, indien mogelijk
  • Zorg dat iedereen het huis verlaat, en waarschuw de medebewoners
  • Is de brand nog klein dan kunt u misschien nog zelf blussen
  • Wacht de brandweer op, en leg uit wat er precies aan de hand is

Hoe alarmeer je de hulpdiensten?

Heb je een eerstehulpopleiding gevolgd? Blijf dan best zelf bij het slachtoffer en vraag aan een omstander om te alarmeren. Ben je helemaal alleen? Roep eerst om hulp! Als er niemand komt opdagen, verwittig dan zelf gespecialiseerde hulp.

Wie moet je alarmeren?

  • Bel onmiddellijk 112 (of 100). 100 is het éénvormige telefoonnummer voor dringende medische hulpverlening in België. 112 is het Europees noodnummer. Vanuit beide centrales wordt alle verdere hulp georganiseerd: politie, brandweer...
  • Heb je alleen politiehulp nodig? Bel dan het éénvormig nummer 101.
  • Andere nummers vind je bij noodnummers.

Hoe kan je alarmeren?

  • Vaste telefoontoestellen
    De nummers 100, 112 en 101 zijn gratis. In openbare telefoontoestellen heb je geen geldstukken of telefoonkaart nodig. Wanneer je belt, krijg je geen beltoon. Hang niet op, maar wacht tot je contact krijgt met de centrale.
  • Praatpalen
    Langs grote verkeersaders vind je om de 2 km een praatpaal. De dichtstbijzijnde praatpaal wordt aangegeven met pijltjes op de verlichtingspalen of op kilometerbordjes. Op de paal staat een knop die je moet indrukken om met de politie te spreken. Deze praatpalen kan je gebruiken om een ongeval of mechanisch defect te melden en om dringende inlichtingen te vragen. De politie verwittigt de nodige diensten.
  • GSM
    Let erop dat je gsm een goede plaatsbepaling geeft. Je kan 112 (of 100) bellen. Je wordt dan met de dichtstbijzijnde hulpcentrale verbonden.
  • Noodfax
    Doven, slechthorenden en slechtsprekenden gebruiken het systeem van de noodfax. De oproeper vult een standaardformulier in en faxt dit naar het nummer 100. De oproep wordt onmiddellijk en op dezelfde manier behandeld als een telefonische oproep.

Wat moet je meedelen?

  • Wat er gebeurd is en wat de gevaren zijn
    Geef een juiste beschrijving van het ongeval, kort en bondig. Probeer de telefonist niet te overtuigen dat het dringend is. Elke oproep is dringend. Vermeld alle gegevens die nodig zijn om de juiste hulpdiensten te sturen: slachtoffer dat moet worden bevrijd, brand- of ontploffingsgevaar, gaslek, vermoedelijk aantal slachtoffers, toestand van de slachtoffers…
  • Waar het gebeurd is
    Gemeente, wijk, straat, huisnummer, eventueel verdieping, grote herkenningspunten in de omgeving (o.m. grootwarenhuis, benzinestation of monument)…
  • Wie de slachtoffers zijn en in welke situatie ze zich bevinden
    Hoeveel slachtoffers? Gaat het om kinderen, volwassenen of bejaarden? Eventueel andere gegevens als deze belangrijk zijn. Denk maar aan een zwangere vrouw, een hartpatiënt… Vermeld zeker de vitale functies. Bij een bewusteloos slachtoffer en bij een ademhalings- of hartstilstand wordt een speciaal team uitgestuurd met de vereiste apparatuur.

Voorbeeld: "Ter hoogte van nummer 19 in de Nieuwstraat in Diepenbeek is een vrachtwagen tegen een elektriciteitspaal gereden die is afgeknakt. De tank van de vrachtwagen heeft gevaarnummer 856-1796. De chauffeur blijkt niet te zijn gekwetst.

Wanneer alarmeren?

Benader eerst het slachtoffer en zorg dat je een goed beeld van zijn toestand krijgt. Alarmeer onmiddellijk daarna de hulpdiensten en meld hen hoe het zit met het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer.
In een aantal gevallen moet je onmiddellijk alarmeren. Als er veel slachtoffers zijn, als het slachtoffer niet veilig kan benaderd worden, als de gevaren te groot zijn om de alarmering uit te stellen tot na de benadering van het slachtoffer (bijvoorbeeld bij een lekkende tank of een ongeval op de snelweg).

 

Voorkomen is beter dan blussen

  • Zorg voor een veilige vluchtweg!!! Maak een vluchtplan.
  • Blokkeer nooit een vluchtweg : dus geen ramen of deuren dicht timmeren of er een kast voor plaatsen
  • Roken in bed is gevaarlijk, doe het niet!
  • Rook nooit terwijl je een spuitbus gebruikt
  • Gooi nooit een peuk van een sigaret of sigaar in de prullemand, hij kan nog smeulen !!!
  • Gebruik nooit brandbare vloeistoffen zoals benzine, spiritus en lijm bij open vuur, dus ook niet terwijl u rookt
  • Beperk brandbare stoffen in de woning. Sluit ze steeds goed af en berg ze op waar voldoende ventilatie is.
  • Een feestje is leuk, voorkom dat het een drama wordt! Pas op met feestslingers en visnetten bij kaarsen en ander open vuur.
  • Vindt u een lamp te fel, dek die nooit af met een krant of een doek! Een brand is zo ontstaan.
  • Wasgoed drogen boven een gasstel is vragen om brand
  • Als u uw wasgoed te dicht bij de kachel te drogen hangt, kan het in brand vliegen: houd daarom wat afstand tussen kachel en wasgoed
  • Plaats een vonkenscherm voor een open vuur (bv. haard)
  • Als u verf gaat verbranden, zorg dan dat u eerst brandende zaken, zoals bvb gordijnen weghaalt
  • Gebruik elektrisch verlengsnoer altijd in uitgerolde toestand, in opgerolde toestand kan het warm worden en in brand vliegen.
  • Laat uw strijkijzer nooit te lang op het strijkgoed staan… van een schroeiplek naar een brand is maar een kleine stap
  • Het gebruik van driewegstekkers is gevaarlijk, laat liever wat meer stopcontacten in uw huis aanleggen.
  • Schakel elektrische toestellen volledig uit als je ze niet gebruikt
  • Zorg ervoor dat elektrische snoeren en apparaten uit de buurt van water blijven
  • Brandende kaarsen niet onbewaakt achterlaten
  • Vlam in de pan ? blus nooit met water, draai het gas uit en schuif het deksel op de pan. Ga nooit met een brandende pan lopen !!!
  • Blus nooit een frietketel met water
  • Een gasgeur is altijd een alarmsignaal. Veroorzaak dan nooit een vlam of een vonk (bv. door deurbel, schakelaar, GSM, roken, aansteker of lucifers)
  • Laat kinderen en dieren niet alleen bij open vuur : ze beseffen vaak het gevaar niet
  • Voorkom dat kinderen met vuur spelen ! Veel ernstige branden zijn zo ontstaan
  • Aanstekers en lucifers buiten het bereik van kinderen houden
  • Hou giftige en ontvlambare producten buiten het bereik van kinderen
  • Gebruik nooit een lift tijdens een brandgevaarlijke situatie
  • Ga nooit terug in een brandende ruimte als de rook te dicht of de warmte te hevig is
  • Installeer een rookmelder
  • Plaats een brandblusser
  • Koop een blusdeken

 

Een goede rookmelder  herken je aan vier aspecten.

zie onder Foto's/preventie/rookmelder

 

1.      Koop een optische rookmelder

Of een rookmelder al dan niet optisch is, vind je terug op de verpakking. Soms vind je ook de term foto-elektrisch. Vroeger waren er ook ionische rookmelders, maar de verkoop ervan is verboden sinds 1.11.2010 en ze zullen vanaf 1 januari 2020 niet meer gebruikt mogen worden door particulieren.

Zoek op de verpakking naar de vermelding “optische rookmelder” 

2.      Zoek op de verpakking naar de “CE”-markering en de norm “EN14604”

De vermelding van de “CE-markering” en de norm “EN14604” wil zeggen dat dit model voldoet aan de technische bepalingen waaraan een woningrookmelder wettelijk moet voldoen. M.a.w. dat het een betrouwbare rookmelder is. Op de website van ANPI (www.anpi.be), een officieel keuringsinstituut voor brandwerende middelen, vind je een lijst met gecertificeerde rookmelders voor woningen.

Zoek op de verpakking naar vermelding ‘CE’ en norm ‘EN14604’

3.      Controleer of er een testknop op het toestel aanwezig is

Om de goede werking van een rookmelder te kunnen controleren, is het belangrijk dat het toestel over een testknop beschikt. Door kort op de testknop te drukken, gaat het alarm enkele seconden af en weet u dat het toestel werkt

De testknop van de rookmelder bevindt zich er meestal midden op.

 4.      Kijk na welke soort batterij er in het toestel zit

Bepaalde rookmelders zijn voorzien van een niet vervangbare batterij die 10 jaar meegaat. Zo’n toestel kost iets meer, maar je bent 10 jaar gerust. Er wordt sowieso aangeraden om 10-jaarlijks de rookmelder te vervangen door een nieuwe.

Toestellen met vervangbare batterijen, geven dikwijls ook een signaal als de batterijen bijna leeg zijn. Bij deze toestellen moet je natuurlijk wel de reflex hebben de batterijen echt te vervangen en niet de lege batterijen eruit te halen om van het gepiep vanaf te zijn.

Informatie over de batterij kan je op de verpakking terug vinden

Gewestelijke regelgeving

Regio

Wetgeving

Van toepassing op…

Type rookmelder

Vlaams Gewest

8 mei 2009 – Verschenen in het Belgische Staatsblad op 25.06.2009

Nieuwbouwwoningen en renovaties waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is.

Optisch

Meer informatie over rookmelders : www.speelnietmetvuur.be

Meer info over de Nationale Rookmeldercampagne of over lokale initiatieven: besafe@ibz.fgov.be

 

 

Is je huis brandveilig?

Tien tips om je brandveiligheid te verhogen

  • Een rookmelder kan je leven redden! Plaats er één op elk verdiep en test de werking maandelijks.
  • Laat je verwarmingsinstallatie controleren en reinigen door een erkend vakman. Bewaar ook het verslag van de controle.
  • Speel niet met vuur en leer dit ook aan, aan je kinderen! Een ongeluk is snel gebeurd.
  • De elektrische installatie van je woning moet verplicht om de 25 jaar gekeurd worden.
  • Een blusdeken is een nuttig instrument in de keuken om beginnende branden te blussen (vb. een brandende frietketel).
  • Schaf een brandblusapparaat aan en leer ermee omgaan. Het kan helpen om snel een beginnende brand te blussen en verdere schade te voorkomen.
  • Vernieuw of reinig minstens 4 keer per jaar de filter van de afzuigkap in de keuken!
  • Reinig de stoffilter van je droogkast na elke wasbeurt. De meeste branden door elektrische toestellen komen voor bij droogkasten!
  • Maak een evacuatieplan op en test het regelmatig met je gezin. Op die manier vermijd je paniek en tijdverlies in noodsituaties!
  • Schakel je tv-toestel en andere losse elektrische apparaten uit bij afwezigheid! Het bespaart energie en is veiliger.

De belangrijkste tips ter voorkoming van keukenrisico's!

  • Laat potten en pannen niet zomaar op het vuur staan.
  • Vergeet het kooktoestel niet uit te zetten als je de keuken verlaat.
  • Laat de gasaansluiting regelmatig nakijken.
  • Gebruik de kookplaat niet als verwarmingstoestel.
  • Niet alle voorwerpen mogen in je microgolfoven. Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing van het toestel.
  • Sluit het voedsel niet hermetisch af. Zorg er bij het opwarmen voor dat de stoom kan ontsnappen.
  • Ververs regelmatig het frituurvet (na ongeveer 10 keer).
  • Laat de friteuse nooit onbewaakt achter terwijl het aanstaat.
  • Reinig of vernieuw de vetfilter van de dampkap minstens 4 keer per jaar.
  • Flambeer nooit onder een werkende dampkap.
  • Schakel de dampkap uit indien een pot of de friteuse vuur vat.
  • Houd lucifers en aanstekers buiten het bereik van kinderen.
  • Ga na of lucifers volledig gedoofd zijn.
  • Pas op voor CO-vergiftiging, indien je geiser op gas werkt. Voorzie voldoende ventilatie.
  • Beperk het aantal toestellen dat je aansluit op een verlengsnoer of verdeelstekker (overschrijd het maximaal vermogen niet).
  • Vermijd elk contact met water. Houd stopcontacten, verlengsnoeren en verdeelstekkers buiten het bereik van kinderen.
  • Houd brandbare materialen (kookboeken, keukenpapier, gordijnen,…) uit de buurt van warmtebronnen (bijvoorbeeld kookplaat van het kooktoestel).
  • Houd ontvlambare producten buiten het bereik van kinderen.
  • Sla die producten niet op in de keuken.
  • Sla het nummer van het antigifcentrum (070/245 245) op in je gsm of leg het naast de telefoon.
  • Schakel kooktoestellen zoals een fondue- of gourmettoestel, een schotelverwarmer,... uit als je de ruimte verlaat.
  • Plaats de oven buiten het bereik van kinderen om brandwonden te voorkomen.
  • Neem een ovendeur die niet opwarmt aan de buitenkant.
  • Reinig regelmatig de broodrooster.

 

CO de stille doder

Koolstofmonoxide (CO) is een kleurloos , reukloos en smaakloos gas, dat ontstaat bij onvolledige verbranding.

Het is heel gevaarlijk en je kan er zelfs van sterven.

  • Je ruikt het niet
  • Je ziet het niet
  • Je proeft het niet
  • Je voelt het niet

Alle gasgeisers en alle verwarmingstoestellen die werken op gas, kolen, mazout en petroleum hebben veel lucht (zuurstof) nodig om goed te branden. Als er te weinig zuurstof in de kamer aanwezig is, wordt het gevaarlijke gas CO gevormd! Bij elektrische toestellen kan geen CO ontstaan.

Hoe herken je CO-gevaar thuis?:

  • Klachten (duizeligheid, moeheid, hoofdpijn, flauw vallen of braken) bij verschillende personen tegelijk of bij huisdieren.
  • Klachten (duizeligheid, moeheid, hoofdpijn, flauw vallen of braken) op bepaalde tijdstippen (bij het nemen van een bad, een douche of tijdens de afwas).
  • Klachten (duizeligheid, moeheid, hoofdpijn, flauw vallen of braken) die verminderen in frisse lucht of wanneer je
  • Je kan CO ook opmerken doordat er veel roet op de muren zit bij gasboilers of gasgeisers.
  • Een abnormaal hoge vochtigheid en condensatie in huis.
  • Let op de kleur van vlammen. Gele vlammen wijzen op een slechte verbranding.

Wat moet je doen wanneer iemand een CO-vergiftiging heeft?

  • Let eerst op je eigen veiligheid!
  • Open eerst ramen en deuren.
  • Schakel het toestel uit.
  • Is de persoon bewusteloos: bel 112 en vermeld dat het om een CO-vergiftiging kan gaan.
  • Is de persoon niet bewusteloos: breng hem uit de kamer en bel de huisarts.

Vermoed je een CO-probleem?

  • Contacteer de brandweer: ze kunnen het CO-gehalte in je huis meten en nagaan hoe ze je van dienst kunnen zijn.

 

Tips om CO-vergiftiging te voorkomen:

Zorg voor voldoende verluchting. In de kamer waar een gasgeiser - of een verwarmingstoestel zonder rookafvoer staat, moet altijd gezorgd worden voor extra verluchting. Zorg dat de schoorsteen goed trekt. Als de verbrandingsgassen niet weg kunnen via de schoorsteen of rookafvoer komt er CO in de kamer. Wist je dat door een slechte verluchting je toestel minder goed brandt en je toestel meer verbruikt?

Toestellen:

  • Voorzie altijd voldoende ventilatie, op plaatsen waar een verwarmingstoestel aangebracht is
  • Gebruik toestellen op een veilige manier
    • Laat ze plaatsen door een vakman.
    • Onderhoud ze regelmatig.
    • Gebruik ze op de juiste manier.
    • Plaats bij voorkeur een toestel met rookafvoer.
  • Gebruik geen boiler die niet aangesloten is op een schoorsteen
  • Gebruik geen bijverwarmingen die niet aangesloten zijn op een schoorsteen
  • Er bestaan ook gasgeisers, gaskachels en gasbranders met muurdoorvoer (ook ‘ventouse-systeem’ genoemd). Deze toestellen hebben geen schoorsteen nodig. Zij zuigen de nodige zuurstof direct van buiten aan en drijven de verbrandingsgassen rechtstreeks weer naar buiten. Het zijn zeer veilige toestellen als ze goed zijn aangesloten. Bij aankoop zijn ze wel iets duurder.
  • Ongeveer de helft van de CO-vergiftigingen wordt veroorzaakt door kleine 5-liter-gasgeisers aangesloten op een douche of een bad. Volg deze regels:
    • CE Gekeurd
    • Douche min. 10 L
    • Bad min. 13 L
  • Kachels en ketels voor centrale verwarming vragen een juiste aansluiting op een schoorsteen en een regelmatig onderhoud door een bekwaam vakman. Een kachel op een lage stand laten branden is gevaarlijk. Dit vermindert de trek in de schoorsteen. Plaats daarom nooit een te grote kachel in een kleine kamer. Want je zal het dan vlug te warm krijgen en toch de kachel op een lage stand zetten. Dat is heel gevaarlijk. Laat de zuurstofklep van een kolen- en houtkachel voldoende open. Er moet steeds genoeg zuurstof bij de vlammen kunnen. Zorg dat er via een raam of deur lucht binnen kan.
  • Verplaatsbare toestellen op petroleum, kerosine of gas hebben geen schoorsteen. Ze verbruiken zuurstof uit de kamer. De verbrandingsgassen komen daarna in dezelfde kamer terecht. Gebruik ze niet. Ze zijn echt gevaarlijk! Doe je dat toch?
    • Gebruik ze dan maximum 1 uur aan één stuk.
    • Gebruik ze nooit terwijl je slaapt.
    • Verlucht altijd de kamer terwijl je het toestel gebruikt.
  • Bij elektrische toestellen kan geen CO ontstaan. Deze zijn dus veiliger in gebruik, maar wel duurder qua verbruik.
  • Laat je verwarmingstoestellen geregeld nakijken door een vakman. Zelfs nieuwere toestellen kunnen CO veroorzaken.

Schoorstenen en rookafvoerpijpen

Zorg voor een schoorsteen die goed trekt en laat hem één keer per jaar door een schoorsteenveger schoonmaken

  • Moeten minstens een meter boven de dakrand uitsteken.
  • Mogen niet gehinderd worden door bomen of hoge gebouwen.
  • Moeten zo recht mogelijk zijn.
  • Mogen niet uit flexibele dampkapafvoerbuizen bestaan.
  • Moeten zonder barsten of gaten zijn, ook in huis.
  • Mogen niet vochtig zijn.
  • Moeten binnenin proper zijn.
  • Moeten goed geïsoleerd zijn.

 

Enkele brandpreventietips voor tijdens de zomermaanden:

  • Zin in een lekkere barbecue? Plaats de barbecue eerst en vooral op een vlakke plaats en niet te dicht bij uw tent of kampeerwagen.
  • Gebruik nooit methanol, benzine, brandgel … als aanmaakmiddel voor een barbecue! Overgiet ook nooit met extra brandstof.
  • Controleer bij een gasbarbecue de stevigheid van de gasslang en de eventuele vervaldatum van de gasfles.
  • Doof na het barbecueën alles grondig uit en verplaats de barbecue pas als die volledig is afgekoeld.
  • Schaf u eventueel ook een brandblusser aan! Het kan u helpen om in geval van brandgevaar snel zelf in te grijpen.
  • Gebruikt u gasflessen om te koken? Bewaar ze dan uit de zon op een koele plaats en zet ze rechtop.
  • Huur je een vakantiewoning? Zorg dan dat je de vluchtroute en uitgangen van het gebouw goed kent. Controleer eventueel ook de aanwezige rookdetectoren.
  • Schakel, vooraleer u op vakantie vertrekt, alle elektrische apparaten uit (behalve de koelkast en diepvriezer).

Wat te doen bij een overstroming

Vooraf

Woon je in een zone die geregeld getroffen wordt door overstromingen, dan kan je je hierop voorbereiden.

  • Voorzie verwarming op de bovenverdieping.
  • Maak de (stookolie)tanks vast.
  • Zorg ervoor dat er geen meubels geplaatst zijn op plaatsen die makkelijk overstromen.
  • Zaag een plaat uit fineerhoud of triplex om je deuren dicht te stoppen.
  • Bewaar op de bovenverdieping al je belangrijke papieren, een eerstehulpkit, een veiligheidskamp en indien mogelijk, een telefoon.

Wanneer het water stijgt

Wanneer het water stijgt, vraag dan hulp aan je vrienden en je buren om zoveel mogelijk goederen te verplaatsen.

  • Draag alle waardevolle voorwerpen naar boven.
  • Verhuis wat kan.
  • Vul zandzakken of vraag ze bij de brandweer om kleine dammen te maken voor de kelderramen en de drempels.
  • Plaats een triplexplaat op de aanslag van je deur en dicht je deur mel silicone om het water zo goed mogelijk tegen te houden.
  • Evacueer de auto's en de caravan.
  • Zet de branders van de stookolieketels af.

Tijdens een overstroming

  • Verwittig de brandweer en vermeld zo duidelijk mogelijk: wie belt, wat er gebeurt, waar het gebeurt en wat je nodig hebt.
  • Zet het gas en de verwarming af.
  • Volg het nieuws op de openbare omroep zodat je op de hoogte blijft van het verloop van de situatie.
  • Ga niet door de overstroomde zone, noch te voet, noch met de auto.

Bij evacuatie

Bij zware overstromingen kan een evacuatie noodzakelijk zijn. Maar vooraleer je je huis verlaat, neem je het best de volgende punten ter harte:

  • Voorzie droge kledij en laarzen.
  • Schakel de elektriciteit uit en sluit je huis.
  • Als je niet terecht kunt bij familie of vrienden, zal het stadsbestuur zorgen voor onderdak en voeding.
  • Wil je dat de politie een oogje houdt op je woning, laat dan je gegevens achter bij het gemeentebestuur.

Na een overstroming

Eenmaal het water zich heeft teruggetrokken, is er nog werk aan de winkel.

  • Neem foto's van de overstroomde plaatsen in je woning en verzamel de facturen van beschadigde voorwerpen. Deze zal je nodig hebben om je schadevergoedingsdossier in te vullen.
  • Gebruik de checklist voor aanmelden van schade bij overstromingen.
  • Bij het gemeentebestuur kan je nog extra inlichtingen krijgen om je aanvraag voor een schadevergoeding op te stellen.
  • Ontsmet je huis met bleekwater of dettol.
  • Verlucht en verwarm de kamers van je woning

Vuurwerk met oudjaar

De laatste jaren wordt in de maanden november en december telkens meer vuurwerk verkocht. Al dat vuurwerk gaat natuurlijk de lucht in op 31 december. Deze toename heeft een ernstige stijging van het aantal ongevallen met vuurwerk tot gevolg. In de agenda van het brandwondencentrum wordt oudejaarsavond als een ‘zwarte dag’ beschouwd. Veilig vuurwerk bestaat immers niet. De meeste ongevallen hebben betrekking op: ernstige brandwonden, afgerukte lichaamsdelen en oorschade.

De burgemeester heeft een algemene toelating uitgevaardigd waarbij, mits het naleven van de volgende voorwaarden, vuurwerk in de nieuwjaarsnacht kan afgestoken worden.

Volgende voorwaarden zijn van toepassing:

  • Het vuurwerk wordt toegelaten op 31 december van 24.00 tot 0.30 uur, gedurende 30 minuten.
  • Alleen vuurwerk met een inhoud van maximum 500 g pyrotechnische samenstellingen is toegelaten.
  • Alleen meerderjarigen mogen vuurwerk afschieten.
  • De vuurwerkmakers dienen al de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om brand en ongevallen te vermijden. Hiertoe zullen ze minstens een gepast draagbaar blustoestel (6 kg ABC poeder) binnen handbereik hebben
  • Het aansteken van vuurwerk dient te gebeuren op een voldoende veilige afstand van gebouwen en beplantingen.
  • De organisatoren dienen een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid tegen eventuele materiële en persoonlijke schade af te sluiten. Bij velen zit dit al in hun “familiale” (Ba gezin of BA privé). Check dit bij je verzekeringsmakelaar. De organisatoren blijven verantwoordelijk voor de eventueel aangerichte schade. Vuurwerk afsteken gebeurt onder de verantwoordelijkheid van wie het afsteekt en die kan dan ook burgerlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die derden ondervinden door het afgestoken vuurwerk, op basis van artikelen 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, onverminderd mogelijke strafsancties.
  • Verwittig tijdig je buren, zodat dieren (paarden, honden) op stal kunnen gezet worden.

 

Tips bij vuurwerk :

  • Koop alleen vuurwerk met een gebruiksaanwijzing.
  • Lees steeds aandachtig en volg nauwkeurig alle voorschriften of gebruiksaanwijzingen.
  • Hou er ook rekening mee dat je als particulier enkel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik mag kopen. In België draagt dit vuurwerk de benaming “feestvuurwerk”. Koop enkel wettig en veilig vuurwerk waarop één van de twee volgende verplichte kwaliteits- en veiligheidsmarkeringen staat: “Feestvuurwerk BE gevolgd door 3 letters, 4 cijfers en eindigend met een D” (bv.: BE /OTU XXXX/D). Consumenten jonger dan 16 jaar mogen dit niet kopen! Vuurwerk “categorie 1” of “categorie 2” met een CE-markering. Bovendien mag voor vuurpijlen de hoeveelheid aan actieve explosieve stof niet meer dan 40 gram bedragen. Consumenten jonger dan 12 en 16 jaar mogen respectievelijk de producten van categorie 1 en categorie 2 niet kopen. De vuurwerkartikelen die te klein zijn om een markering op aan te brengen, moeten in een gemeenschappelijke verpakking voorzien van een aangepaste markering verkocht worden. Koop nooit vuurwerk zonder gebruiksvoorschriften en bij twijfel kunt u aan de handelaar vragen om een afschrift van de handleiding mee te krijgen waarop vermeld staat hoe het gekochte product te gebruiken. Als particulier mag u feestvuurwerk kopen met daarin niet meer dan 1 kilogram pyrotechnische sas. Dit komt min of meer overeen met 4 tot 5 kg brutogewicht vuurwerk. De verkoper mag u dus geen grotere hoeveelheid verkopen.
  • Bewaar deze tuigen op een koele en droge plaats, buiten het bereik van kinderen, in een goed gesloten doos.
  • Vuurwerk en alcohol zijn niet verenigbaar: duid een Bob aan voor het vuurwerk.
  • Ontsteek het vuurwerk op een open en veilige plaats: dus niet in de omgeving van brandbare stoffen of waar veel mensen samen zijn. Kies een aangepaste schietplaats: een open zone, die vlak, horizontaal en hard is, verwijderd van woningen en geparkeerde voertuigen en ver van een dichte plantengroei, vooral bij droogte.
  • Hou toeschouwers op voldoende afstand van de plaats waar vuurwerk afgestoken wordt.
  • Ontsteek vuurwerk met een lont (gebruik geen lucifer of aansteker).
  • Houd de arm gestrekt bij het aansteken van de lont.
  • Buig het lichaam niet over het vuurwerk.
  • Bescherm uw ogen en draag eventueel een goede beschermingsbril. Draag nooit kledij die gemakkelijk vuur kan vatten.
  • Plaats een vuurpijl in een buis, die verticaal in de grond vastzit. De buis moet minstens even lang zijn als de stok van de vuurpijl. Gebruik zeker geen flessen.
  • Richt NOOIT vuurwerk op andere mensen.
  • Ontsteek elk stuk vuurwerk afzonderlijk.
  • Let op de windrichting.
  • Vuurwerk dat niet ontploft, mag je nooit opnieuw aansteken. Giet er een emmer water over en laat het een nacht liggen.
  • Bij het afsteken van vuurwerk kunnen sommige personen (kinderen, gehandicapten...) opschrikken of gewond raken. Ze kunnen ook onvoorzien reageren en mogelijk schade aan derden veroorzaken. Degenen die voor hen verantwoordelijk zijn, moeten dus de nodige voorzorgsmaatregelen nemen om ongecontroleerde reacties te vermijden.
  • Eigenaars van dieren of wie er het gebruik van heeft, moeten ook de nodige voorzorgsmaatregelen nemen voor de dieren die ze onder hun bewaring hebben. Het is dus aangewezen dat ze de dieren bij eindejaar op stal of binnen laten, om te vermijden dat de dieren op hol slaan en ongevallen veroorzaken.
  • Loopt er toch iets mis? Bel dan de hulpdiensten (100 of 112) en spoel brandwonden uitgebreid met water.

Nuttige info kan je ook raadplegen op de website www.brandwonden.be, http://economie.fgov.be/nl/binaries/dat_het_feest_maar_geen_drama_wordt_tcm325-35867.pdf (zoekterm 'Vuurwerk)

 

Veilig speelgoed

Elk speelgoed dat in ons land verkocht wordt, moet voldoen aan de zogeheten CE norm. Op de website van het Ministerie van Economische Zaken wordt die nader omschreven. Je vindt er ook een brochure over veilig speelgoed.
Hoe kan je als ouder afgaan op de kwaliteit en veiligheid van een speeltje? Hieronder geven we een aantal veiligheidstips mee:

  • Het speelgoed moet wasbaar en hygiënisch zijn
  • Let op scherpe kantjes en randen
  • Zorg dat het speelgoed stevig en stabiel is
  • Let op voor speelgoed dat te klein is bij kinderen die nog vaak speeltjes in de mond stoppen
  • Kies voor speelgoed waarvan de verf niet kan afschilferen of waarvan andere deeltjes ( draadjes, knopjes, houtschilfers,…) kunnen loskomen.
  • Let op met de verpakking
  • Kijk uit met pluche, sommige kinderen zijn er allergisch voor
  • Kijk na of het batterijencompartiment goed is afgesloten
  • Ga na of het speelgoed afgestemd is op het ontwikkelingsniveau van je kind, ongeacht zijn leeftijd.