Vormingsreglement Zone Midwest

Embedded Scribd iPaper - Requires Javascript and Flash Player

VORMINGSREGLEMENT
goedgekeurd in de Zoneraad
van 26 januari 2016
Pagina 2 van 20 VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Vormingsreglement voor de hulpverleningszone Midwest 3
1. Toepassingsgebied 3
2. Basisbegrippen en definities 3
3. Uitgangspunten 4
4. Structuren, actoren en bevoegdheden 5
5. Categorieën van vorming 6
6. Minimum aantal uren opleiding op jaarbasis voor het operationeel personeel 9
6.1. Basiszorg 9
6.1.1. Basisopleiding 9
6.1.2. Voortgezette opleiding 9
6.1.3. Permanente opleiding 9
6.2. Specialiteiten 10
6.2.1. Chauffeur brandweervoertuigen 10
6.2.2. Chauffeur-pompbediener 11
6.2.3. Bediener hoogtewerker 12
6.2.4. Brandweerduiker 13
6.2.5. Duikbegeleider 14
6.2.6. Gaspakdrager 15
6.2.7. Ontsmettingsteam 15
6.2.8. Lid RED team 16
6.2.9. Ambulancier 17
6.2.10 Dispatcher 18
6.2.11 Andere bepalingen 19
7. Rechten en plichten 19
8. Financiering en ondersteuning 20
9. Slotbepalingen 20
VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 3 van 20
VORMINGSREGLEMENT VOOR DE HULPVERLENINGSZONE MIDWEST
 Gelet op de wet van 5 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid.
 Gelet op het Koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief statuut van
het operationeel personeel van de hulpverleningszone.
 Gelet op het Koninklijk besluit van 19 april 2014 houdende bezoldigingsregeling van het
operationeel personeel van de hulpverleningszones.
 Gelet op het Koninklijk besluit van 23 augustus 2014 betreffende het administratief statuut van
het ambulancepersoneel van de hulpverleningszones dat geen brandweerman is.
 Gelet op de rechtspositieregeling van het administratief statuut van het administratief personeel
van de hulpverleningszone.
 Gelet op het koninklijk besluit van 18 november 2015 betreffende de opleiding van de leden van
de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijk besluiten.
1. TOEPASSINGSGEBIED
Dit vormingsreglement is van toepassing op alle personeelsleden van de hulpverleningszone Midwest.
Hiertoe behoren de volgende categorieën:
1. Operationeel brandweer- en ambulancepersoneel (beroeps en vrijwilligers) ongeacht het statuut
waaronder zij vallen.
2. Administratief personeel.
2. BASISBEGRIPPEN EN DEFINITIES
Vorming
Vorming is een heel ruim begrip en omvat opleiding, evenals ruimere (algemene) ontwikkeling, oefenen,
training en bijscholing.
De zone
De hulpverleningszone, vermeld in artikel 14 van de wet van 15 mei 2007.
Zoneraad
De zoneraad, vermeld in artikel 24 van de wet van 15 mei 2007.
Zonecollege
Het zonecollege, vermeld in artikel 55 van de wet van 15 mei 2007.
Hoofd vorming en opleiding
Deze functie wordt waargenomen door de zoneofficier hiervoor aangeduid in het organigram. Hij/Zij heeft
een directe relatie met de technische commissie van de zone en maakt deel uit van de technische
commissie.
Diensttijd
Voor beroeps- en administratief personeel is de diensttijd de duur waarbinnen de medewerker verplicht is
te werken volgens de arbeidsregeling die op hem of haar van toepassing is.
Voor vrijwillig personeel is diensttijd: de uren die een vrijwillig personeelslid presteert, verdeeld in vijf
categorieën: interventies. brandvoorkoming. oefeningen en opleidingen. onderhouds- en administratieve
taken. wachtdiensten in de kazerne, zoals vermeld in artikel 174 van het koninklijk besluit van 19 april
2014 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de
hulpverleningszone.
Dienstvrijstelling
Dienstvrijstelling is de toestemming die de zonecommandant of zijn afgevaardigde geeft om tijdens de
diensturen afwezig te zijn gedurende een vooraf bepaalde tijd.
Pagina 4 van 20 VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Vormingstijd
Vormingstijd is de effectieve duur van de opleiding/vorming. Middagpauzes en verplaatsingstijd worden
niet gerekend als vormingstijd.
Verplaatsingstijd
De verplaatsingstijd is de normale tijd die nodig is om vanaf de standplaats of de woonplaats van het
personeelslid, op de plaats van de vorming te geraken en terug.
3. UITGANGSPUNTEN
Vormingsrecht en –plicht voor de medewerker
Vermeld in artikel 14 van het Koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief
statuut voor het operationeel personeel en vermeld in hoofdstuk VI van het administratief en geldelijk
statuut voor het administratief personeel heeft het personeelslid recht op opleiding over alle aspecten die
nuttig zijn zowel voor de functie-uitoefening als voor de uitbouw van de loopbaan. Opleiding is een plicht
wanneer zij noodzakelijk blijkt voor een betere uitoefening van de functie of het functioneren van een
dienst.
Met dat doel is het personeelslid verplicht om zich tijdens zijn loopbaan te blijven bijscholen. Het volgen
van een opleiding mag echter niet tegenstrijdig zijn met de belangen van de dienst.
Vormingsrecht en –plicht voor de hulpverleningszone
De hulpverleningszone kan aan de medewerker(s) vormingsinspanningen opleggen met het oog op een
betere uitoefening van de functie, de dienst of de hulpverleningszone in het algemeen. De
hulpverleningszone moet de medewerker(s) maximaal in de mogelijkheid stellen om aan hun
vormingsrecht- en plicht te voldoen.
Vorming in het kader van de functionele loopbaan.
De functionele loopbaan bestaat in de toekenning van één of meer hogere weddenschalen op basis van
schaalanciënniteit, vorming en evaluatie. De bepalingen met betrekking tot de functionele loopbaan zijn
voor het operationeel personeel opgenomen in de betreffende koninklijke besluiten.
Voor het administratief personeel zijn deze opgenomen in het administratief en geldelijk statuut.
Verplichte vorming
Verplichte vorming omvat elke opleiding en vorming na beslissing van de zonecommandant of zijn
afgevaardigde, of omwille van wettelijke verplichtingen of andere noodwendigheden, die aan een
medewerker wordt opgedragen in het belang van de dienst.
Vorming op eigen initiatief
Vorming op eigen initiatief omvat elke vorming die het personeelslid zelf aanvraagt.
VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 5 van 20
4. STRUCTUREN, ACTOREN EN BEVOEGDHEDEN
Federaal Overlegplatform voor Vorming (FOV)
Het hoofd vorming van de zone zetelt ambtshalve in een federaal overlegplatform, opgericht in de schoot
van het federaal kenniscentrum voor de civiele veiligheid (KCCE).
De Commissie Vorming
De Commissie Vorming is een provinciale vergadering. Iedere hulpverleningszone vaardigt ten minste het
hoofd vorming van de hulpverleningszone af in de commissie. In deze commissie zetelt ook de coördinator
brandweeropleidingen van het provinciale opleidingscentrum voor de openbare hulpdiensten
(brandweerschool).
De taken van de Commissie Vorming zijn onder meer:
- Een optimale en rechtstreekse communicatie tussen de hulpverleningszone en de brandweerschool
bewerkstelligen.
- Top-down communicatie van het kenniscentrum naar het werkterrein.
- Bottom-up communicatie vanuit het werkterrein naar het kenniscentrum.
De zonale werkgroep vorming
De zonale werkgroep vorming bestaat ten minste uit het hoofd vorming en ten minste één
vertegenwoordiger iedere vormingsstaf in de hulpverleningszone.
De taken van de zonale werkgroep vorming zijn onder meer:
- Het opmaken van een operationeel plan voor vorming (jaarlijks op te maken en driemaandelijks
bij te sturen).
- Het implementeren van het vormingsbeleid.
- Het opmaken van een jaarlijks oefenplan voor de zonale oefeningen.
- Het begeleiden en stimuleren van de oefenstaf binnen elke post in hun taken rond de praktische
uitwerking van vorming en training.
De vormingsstaf
De vormingsstaf bestaat ten minste uit de oefeninstructeurs van de post.
De taken van de vormingsstaf zijn onder meer:
- Het verzorgen van de praktische uitwerking van het operationeel plan voor vorming en het
uitvoeren van het zonaal vormingsbeleid op postniveau.
- Het opstellen van draaiboeken.
- Het opstellen van oefenscenario’s.
Andere actoren en bevoegdheden
De zoneraad keurt de begrotingskredieten voor vorming en het vormingsreglement goed.
Het zonecollege
- Neemt akte van het jaarlijks vormingsaanbod.
- Neemt akte van de aanvragen voor vorming in het kader van teambuilding en opleidingen in het
buitenland.
- Keurt als hoofdbudgethouder de deelnamekosten van alle vormingsaanvragen goed via een
collegebesluit.
De zonecommandant
- Verleent goedkeuring aan het jaarlijks vormingsaanbod.
- Kan de personeelsleden verplichten om in functie van een kwaliteitsvolle dienstverlening vorming
te volgen.
- Keurt zowel de aanvragen van vorming in het kader van teambuilding als de opleidingen in het
buitenland goed.
- Neemt de doorslaggevende gemotiveerde beslissing in geval van niet-consensus tussen het
diensthoofd en zijn medewerkers over de aanvraag tot deelname aan een vorming.
Pagina 6 van 20 VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Het hoofd vorming
- Maakt een strategisch plan voor vorming (in overeenstemming met het vormingsbeleid van de
zone).
- Levert het beleidsvoorbereidend werk.
- Staat in voor de kwaliteitsbewaking van het vormingsgebeuren en waakt over de uniformiteit.
- Begeleidt en stimuleert de zonale werkgroep vorming in zijn taken rond de implementatie van het
vormingsbeleid.
- Staat in voor de detectie van vormingsbehoeften en de prospectie van het vormingsaanbod.
- Adviseert alle vormingsaanvragen.
- Informeert op een actieve manier de personeelsleden over de verschillende
vormingsmogelijkheden.
Het personeelslid
- Levert een actieve bijdrage aan de invulling van zijn ontwikkeling in functie van de
beleidsdoelstellingen die werden vertaald naar de dienst en in functie van zijn persoonlijke
ontwikkeling (POP).
- Vraagt vorming gemotiveerd en weloverwogen aan volgens de modaliteiten bepaald in het
reglement.
- Verwittigt zijn leidinggevende wanneer hij/zij niet kan deelnemen aan een geplande opleiding en
vermeldt daarbij de reden.
- Stelt zich met een geïnteresseerde, actieve leerhouding op tijdens de vorming.
- Bespreekt de vorming waaraan hij/zij heeft deelgenomen, tijdens het werkoverleg.
- Maakt met de directe leidinggevende afspraken betreffende de toepassing en de opvolging van de
vorming op de werkplek.
5. CATEGORIEËN VAN VORMING
Basisopleiding
De basisopleiding, bedoeld in artikel 1.14° van het koninklijk besluit van 18 november 2015 betreffende
de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten,
is opleiding verbonden aan de hiërarchische loopbaan, ofwel om de loopbaan te starten, ofwel om naar
een hogere graad over te gaan.
Het doel van de basisopleiding is de kandidaat de nodige professionele basiscompetenties te laten behalen
om zijn toekomstige essentiële taken uit te voeren, eigen aan het niveau van functie waarvoor hij/zij in
dienst treedt. Op het einde van een basisopleiding moet een kandidaat over een competentieprofiel
beschikken dat hem/haar in staat stelt situaties waarmee hij/zij geconfronteerd wordt in te schatten en
te reageren op een zo efficiënt mogelijke wijze binnen het algemene werkingskader van de dienst. Hij/zij
moet na een basisopleiding een integrale en probleemoplossende aanpak verworven hebben, en op een
kwalitatieve en dienstvaardige wijze handelen. Hij/zij moet in staat zijn op zijn/haar niveau initiatieven
te nemen en om op een kritische manier het eigen professionele gedrag te evalueren.
Gespecialiseerde opleiding
Gespecialiseerde opleiding, bedoeld in artikel 1.15° van het koninklijk besluit van 18 november 2015
betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse
koninklijk besluiten, is opleiding voor het verwerven van kennis en competenties, nodig voor het
uitoefenen van een gespecialiseerde functie (bv. Opleiding tot ambulancier, brandweerduiker,
gaspakdrager, reddingsteam op hoogte en in diepte).
VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 7 van 20
Voortgezette opleiding
Opleiding bedoeld in artikel 150, §1, van het koninklijk besluit van 19 april 2014 voor het aanvullen,
behouden of verbeteren van reeds verworven competenties, overeenkomstig de catalogus voortgezette
opleiding goedgekeurd door de Minister, op voordracht van het Kenniscentrum.
De voortgezette opleiding is een plicht en neemt een belangrijke plaats in het behoud van niveau van
competentie van de werknemers, en verstrekt tevens de tools voor het efficiënt beheersen van de nieuwe
technieken en moderne middelen van het veiligheidsmilieu.
De voortgezette opleiding bedoeld in artikel 150, § 1, van het koninklijk besluit van 19 april 2014 en de
gespecialiseerde opleidingen worden georganiseerd door een opleidingscentrum voor de leden van de voor
de leden van de hulpverleningszones.
De voortgezette opleiding omvat:
 Basisrecyclage: Deze opleiding versterkt de reeds verworven basisopleiding en staat garant voor het behoud
van het kennisniveau (weten, kennen, kunnen) van de kandidaat en het verduurzamen van de behaalde
brevetten. Het is gericht op het behoud van de verworvenheden, het up to date houden van competenties,
het onderhouden van de kennis en vaardigheden, nodig voor het blijven uitoefenen van de functie.
 Bijscholing: het aanleren van nieuwe technieken of gebruik van nieuw materieel. Deze kennis zal daarna
behoren tot de basiscompetenties en basisvaardigheden en zal dus later ook worden opgenomen in de
basisopleiding (bv. nieuwe blustechnieken,...)
 Loopbaanopleiding: bestaat uit de opleidingsmodules van de basisopleiding die vereist zijn om te kunnen
doorgroeien in de hiërarchische loopbaan.
Permanente opleiding
Opleiding bedoeld in artikel 150, § 2, van het koninklijk besluit van 19 april 2014 georganiseerd door de
zonecommandant of zijn afgevaardigde, overeenkomstig de oefensystematiek goedgekeurd door de
Minister, op voordracht van het Kenniscentrum. De permanente opleiding is een plicht en neemt een
belangrijke plaats in het behoud van niveau van competentie van de werknemers, en versterkt tevens de
tools voor het efficiënt beheersen van de nieuwe technieken en moderne middelen van het
veiligheidsmilieu. De permanente opleiding omvat zowel het aanleren van nieuwe technieken of het
gebruik van nieuw materieel, kennis die daarna zal behoren tot de basiscompetenties (bv. Ingebruikname
van een nieuwe autopomp) als vorming over en oefening met het beschikbare materieel en procedures
met als objectief het verankeren in de dagelijkse praktijk.
De hulpverleningszone hanteert het oefenbeleid als leidraad voor de trainingen die opgenomen zijn in het
meerjarenbeleidsplan en het operationeel organisatieplan. Het oefenbeleid is een instrument om de kerntaak
“trainen” in iedere post op een gelijkaardige manier in te vullen. De nadruk ligt vooral op de oefensystematiek
(artikel 150, § 2) met daarin het bepalen van de oefenonderwerpen, het opmaken en plannen van de oefeningen, het
oefenen zelf, het evalueren en het registeren. De analyse achteraf geeft dan ook aan of de beschikbare oefeningen
en resultaten in overeenstemming zijn met de technische competenties of vaardigheden die nodig zijn voor het
takenpakket.
De instrumenten van het oefenbeleid zijn:
- Oefenkaarten (bevatten de aanpak van de oefening en de criteria voor evaluatie).
- Lesbrieven (bevatten de inhoud van de vorming).
- Draaiboeken (bevatten de scenario’s van de oefening).
- Risicoanalyses en veiligheidsplannen (zorgen voor veilig oefenen).
- Didactisch materieel.
- Databank (voor de registratie en de analyse van de evaluaties).
Vorming ter bevordering van de lichaamsgeschiktheid
Onder deze vorming wordt begrepen de fysieke training in het kader van de testen fysieke vaardigheden.
Er wordt gestreefd naar een optimale fysieke conditie voor het operationeel personeel van de brandweer.
Er mag worden verwacht dat een brandweerman in alle omstandigheden over voldoende fysieke conditie
beschikt om zijn functie effectief, efficiënt en veilig te kunnen uitvoeren en daarbij ook zijn eigen
gezondheid niet in gevaar brengt.
Pagina 8 van 20 VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Vorming gericht op de algemene ontwikkeling
Voor alle categorieën van personeel zoals bepaald in punt 1 van dit reglement en gericht op de algemene
ontwikkeling:
- Vorming rond een onderwerp dat niet expliciet vervat is in de kernresultaatsgebieden of de
competenties van de functiebeschrijving.
- Vorming die eerder gericht is op kwaliteitsverbetering en/of algemene ontwikkeling (hieronder
ook begrepen de studiedagen, colloquia, symposia,…)
- Vorming die gericht is op functieverruiming/horizontale mobiliteit/jobrotatie binnen de uitbouw
van de horizontale doorgroei in de loopbaan (vlakke loopbaan).
Vorming bij aanstelling op proef
Het personeelslid op proef neemt deel aan vorming die zijn integratie in de hulpverleningszone en zijn
inwerking in de functie bevordert. De onthaalsessies en het mentorschap kunnen hiervan deel uitmaken.
Deze vorming is verplicht.
Vorming naar aanleiding van een ongunstige evaluatie
Met behoud van de toepassing van de gevolgen van de evaluatie kan vorming worden aangeboden die
afgestemd is op de vastgestelde behoeften aan het personeelslid met een ongunstige evaluatie tijdens de
loopbaan.
Vorming in het kader van verandering van functie of post
Hier kan een mogelijkheid geboden worden voor personeelsleden die van de operationele functie, al dan
niet verplicht, moeten overstappen naar een administratieve of logistieke functie of personeelsleden die
veranderen van post en/of zone.
VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 9 van 20
6. MINIMUM AANTAL UREN OPLEIDING OP JAARBASIS VOOR HET OPERATIONEEL PERSONEEL
6.1. Basiszorg
Onder basiszorg wordt verstaan de drie operationele taakgebieden zijnde:
- Brandbestrijding.
- Hulpverlening.
- Basiszorg incidenten gevaarlijke stoffen.
De opleiding basiszorg bestaat uit 3 onderdelen.
6.1.1. Basisopleiding
De basisopleiding, bedoeld in artikel 1.14° van het koninklijk besluit van 18 november 2015 betreffende
de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten,
is opleiding verbonden aan de hiërarchische loopbaan, ofwel om de loopbaan te starten, ofwel om naar
een hogere graad over te gaan.
6.1.2. Voortgezette opleiding
Minimaal aantal uren opleiding, vermeld in artikel 150 van het Koninklijk besluit van 19 april 2014 tot
bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone en
gewijzigd in art. 76. van het koninklijk besluit van 18 november 2015 betreffende de opleiding van de
leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijk besluiten, en volgens de
definitie in art. 1, 16°:
Het personeelslid volgt jaarlijks minimaal vierentwintig uur voortgezette opleiding om zijn vroeger
verworven competenties te behouden en reactief aan te passen en om proactief nieuwe technieken en
competenties aan te leren zodat de huidig uitgeoefende functie op efficiënte wijze kan blijven
uitgeoefend worden overeenkomstig de catalogus voortgezette opleiding goedgekeurd door de Minister, op
voordracht van het Kenniscentrum.
In afwijking van het eerste lid volgt het personeelslid minimaal:
1° In 2015 en 2016 samen : zes uren voortgezette opleiding.
2° In 2017: twaalf uren voortgezette opleiding.
3° In 2018: achttien uren voortgezette opleiding.
De voortgezette opleiding wordt georganiseerd door een opleidingscentrum voor de civiele veiligheid.
Deze uren kunnen, in de mate van het mogelijke, gegeven worden in de zone.
6.1.3. Permanente opleiding
Minimaal aantal uren opleiding, vermeld in artikel 150 van het Koninklijk besluit van 19 april 2014 tot
bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone en
gewijzigd in art. 76. van het koninklijk besluit van 18 november 2015 betreffende de opleiding van de
leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijk besluiten.
Het personeelslid volgt jaarlijks minimaal vierentwintig uur permanente opleiding. De organisatie en het
aantal uren van deze opleiding worden bepaald door de zoneraad.
Dit aantal wordt vastgelegd onafhankelijk van het aantal uren voortgezette opleiding. De permanente
opleiding wordt georganiseerd in functie van de personeelsbezetting, de spreiding van de middelen en het
resultaat van de zonale risicoanalyse.
Pagina 10 van 20 VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
6.2. Specialiteiten
6.2.1. Chauffeur brandweervoertuigen
Selectie en voorwaarden
Zoals vermeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief
statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone dient een kandidaat bij aanwerving in
het basis- en hoger kader in het bezit zijn van een geldig rijbewijs B.
Zoals vermeld in artikel 41 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief
statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone moet de beroeps stagiair zijn rijbewijs
C behalen, indien hij meer dan eenentwintig jaar is, of C1, indien hij minder dan eenentwintig jaar is.
Voor het vrijwillig personeel zijn het aantal te betrekken functies als “Chauffeur brandweervoertuigen” op
postniveau opgenomen in het personeelsplan HVZ Midwest goedgekeurd door de zoneraad.
Indien er openstaande betrekkingen zijn als chauffeur brandweervoertuigen op postniveau zullen volgende
criteria bepalend zijn om de opleiding te starten:
1. Benoemd zijn als brandweerman.
2. Positieve evaluatie.
3. Basiskader heeft voorrang op middenkader.
4. Gelet op het cruciale karakter van deze functie in het kader van de uitrukbaarheid van een post
kan de procentuele beschikbaarheid op jaarbasis als beslissend criterium worden gebruikt.
Basisopleiding
De raad neemt de kosten voor het behalen van het rijbewijs C of C1 voor zijn rekening.
Dit betekent concreet:
1. Theorie les wegcode.
2. 8 uur praktijkles + examenbegeleiding.
3. Eénmalig de kost voor het theorie en praktijkexamen.
4. Bij het niet slagen in de eerste praktische examenbeurt kan voorzien worden in maximaal 4
bijkomende uren praktijkles en/of examenbegeleiding.
Vorming bij aanstelling op proef
Na het behalen van de basisopleiding (rijbewijs C of C1) dient het personeelslid bijkomende vorming te
volgen om de voertuigen op de post aanwezig voldoende te leren kennen en veilig te besturen. Extra
aandacht dient besteed te worden aan de voertuigen met meesturende achteras.
Indien er op de post haakarmvoertuigen en/of voertuigen met een autokraan zijn behoort dit ook tot de
functiebeschrijving van deze functie.
De vorming bij aanstelling op proef bedraagt minimaal 4 uur en gebeurt steeds onder begeleiding van een
stagebegeleider-instructeur. Op het einde van deze aanstelling op proef wordt een evaluatiedocument
opgemaakt dat bepalend zal zijn om:
1. De functie toe te kennen.
2. De stage te verlengen met een periode gelijk aan de vorming bij aanstelling.
3. Het personeelslid niet te weerhouden voor deze functie.
Als de stagebegeleider voorstelt om de periode van de vorming bij aanstelling op proef te verlengen, of
het personeelslid na een tweede ongunstige evaluatie in de functie “ chauffeur-brandweervoertuigen”
niet te weerhouden kan deze laatste het geval voorleggen aan de stagecommissie gevormd in de geest van
art. 49 van het koninklijk besluit van 19 april 2014.
Voortgezette opleiding
In dit kader dient de chauffeur opleiding te volgen overeenkomstig de catalogus voortgezette opleiding
goedgekeurd door de Minister, op voordracht van het Kenniscentrum.
Permanente opleiding
Vorming over en oefening met het beschikbare materieel en procedures met als objectief het verankeren
van de vaardigheden in de dagelijkse praktijk. De onderwerpen die hiervan deel uitmaken worden
opgenomen in het oefenplan.
VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 11 van 20
Kritische succesfactoren
Het aantal uur permanente en voortgezette opleiding samen bedraagt 4 uur/oefenjaar.
De oefenkaart zal als meetinstrument gebruikt worden om te bepalen of de vaardigheden voldoende zijn
of er bijkomende opleiding noodzakelijk is. Een aantal oefenkaarten zijn basis en dienen door iedere
“chauffeur brandweervoertuigen” beoefend te worden. Daarnaast kunnen per post een aantal
speerpunten vooropgesteld worden in het oefenplan.
Indien het personeelslid niet de gestelde oefenkaarten en/of minder dan 80% van de gestelde oefentijd
heeft geoefend zal op het eind van een oefenjaar uitgenodigd worden tot het afleggen van een
accreditatieproef tot behoud van specialisatie.
Indien wel alle oefenkaarten in frequentie en meer dan 80% van de gestelde oefentijd werd geoefend,
zullen de aandachtspunten van de oefenkaarten worden meegenomen naar een volgend oefenjaar.
Indien er echter aandachtspunten zijn bij sleutelcriteria worden deze in eerste instantie met het
personeelslid besproken en kan, in overleg, beslist worden tot extra opleiding binnen hetzelfde oefenjaar.
Een accreditatieproef zal na deze periode bepalend zijn of de specialisatie behouden blijft.
6.2.2. Chauffeur-pompbediener
Selectie en voorwaarden
Voor het beroepskader dient ieder personeelslid deze functie op te nemen.
Voor het vrijwillig personeel zijn het aantal te betrekken functies als “chauffeur pompbediener” op
postniveau opgenomen in het personeelsplan HVZ Midwest goedgekeurd door de zoneraad.
Indien er openstaande betrekkingen zijn als “chauffeur pompbediener” op postniveau zullen volgende
criteria bepalend zijn om de opleiding te starten:
1. Benoemd zijn als brandweerman.
2. Positieve evaluatie.
3. De functie “chauffeur brandweervoertuigen” bezitten.
5. Basiskader heeft voorrang op middenkader.
6. Gelet op het cruciale karakter van deze functie in het kader van de uitrukbaarheid van een post
kan de procentuele beschikbaarheid op jaarbasis als beslissend criterium worden gebruikt.
Basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef
Op dit moment is er geen wettelijke basis rond de inhoud en opleiding van deze functie. Vandaar bestaat
de opleiding uit:
1. Theoretische opleiding rond het gebruik en het toepassingsgebied van de verschillende pompen in
gebruik bij de brandweer.
2. Praktische opleiding van de op de post aanwezige pompen, steeds onder leiding van een
stagebegeleider-instructeur.
De basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef bedraagt minimaal 12 uur en gebeurt steeds onder
begeleiding van een stagebegeleider-instructeur. Op het einde van deze aanstelling op proef wordt een
evaluatiedocument opgemaakt dat bepalend zal zijn om:
1. De functie toe te kennen.
2. De stage te verlengen.
3. Het personeelslid niet te weerhouden voor deze functie.
Als de stagebegeleider voorstelt om de periode van de vorming bij aanstelling op proef te verlengen, of
het personeelslid na een tweede ongunstige evaluatie in de functie “chauffeur-pompbediener” niet te
weerhouden kan deze laatste het geval voorleggen aan de stagecommissie gevormd in de geest van art. 49
van het koninklijk besluit van 19 april 2014.
Voortgezette opleiding
In dit kader dient opleiding gevolgd te worden overeenkomstig de catalogus voortgezette opleiding
goedgekeurd door de Minister, op voordracht van het Kenniscentrum. Op dit moment zijn er echter geen
opleidingen voorhanden.
Pagina 12 van 20 VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Permanente opleiding
Vorming over en oefening met het beschikbare materieel en procedures met als objectief het verankeren
van de vaardigheden in de dagelijkse praktijk. De onderwerpen die hiervan deel uitmaken worden
opgenomen in het oefenplan.
Kritische succesfactoren
Het aantal uur permanente en voortgezette opleiding samen bedraagt 6 uur/oefenjaar voor de posten
waar meerdere pompen en/of pompen voor grootwatertransport aanwezig zijn.
De oefenkaart zal als meetinstrument gebruikt worden om te bepalen of de vaardigheden voldoende zijn
of er bijkomende opleiding noodzakelijk is. Een aantal oefenkaarten zijn basis en dienen door iedere
“chauffeur pompbediener” beoefend te worden. Daarnaast kunnen per post een aantal speerpunten
vooropgesteld worden in het oefenplan.
Indien het personeelslid niet de gestelde oefenkaarten en/of minder dan 80% van de gestelde oefentijd
heeft geoefend zal op het eind van een oefenperiode uitgenodigd worden tot het afleggen van een
accreditatieproef tot behoud van specialisatie.
Indien wel alle oefenkaarten in frequentie en meer dan 80% van de gestelde oefentijd werd geoefend,
zullen de aandachtspunten van de oefenkaarten worden meegenomen naar een volgend oefenjaar.
Indien er echter aandachtspunten zijn bij sleutelcriteria worden deze in eerste instantie met het
personeelslid besproken en kan, in overleg, beslist worden tot extra opleiding binnen hetzelfde oefenjaar.
Een accreditatieproef zal na deze periode bepalend zijn of de specialisatie behouden blijft.
6.2.3. Bediener hoogtewerker
Selectie en voorwaarden
Voor het beroepskader dient ieder personeelslid deze functie op te nemen.
Voor het vrijwillig personeel zijn het aantal te betrekken functies als “bediener hoogtewerker” op
postniveau opgenomen in het personeelsplan HVZ Midwest goedgekeurd door de zoneraad.
Indien er openstaande betrekkingen zijn als “bediener hoogtewerker” op postniveau zullen volgende
criteria bepalend zijn om de opleiding te starten:
1. Benoemd zijn als brandweerman.
2. Positieve evaluatie.
3. Binnen de post beschikken over een hoogtewerker.
4. Voorrang zal gegeven worden aan de kandidaten die de functie “chauffeur brandweervoertugen”
hebben.
Basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef
Op dit moment is er geen wettelijke basis rond de inhoud en opleiding van deze functie. Vandaar bestaat
de opleiding uit:
1. Theoretische opleiding rond het gebruik en het toepassingsgebied van de verschillende
hoogtewerkers in gebruik bij de brandweer.
2. Praktische opleiding van de op de post aanwezige hoogtewerker(s), steeds onder leiding van een
stagebegeleider-instructeur.
De basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef bedraagt minimaal 10 uur en is steeds onder
begeleiding van een stagebegeleider-instructeur. Op het einde van deze aanstelling op proef wordt een
evaluatiedocument opgemaakt die zal bepalend zijn om:
1. De functie toe te kennen.
2. De stage te verlengen.
3. Het personeelslid niet te weerhouden voor deze functie.
Als de stagebegeleider voorstelt om de periode van de vorming te verlengen, of het personeelslid na een
tweede ongunstige evaluatie in de functie “bediener hoogtewerker” niet te weerhouden kan deze laatste
het geval voorleggen aan de stagecommissie gevormd in de geest van art. 49 van het koninklijk besluit van
19 april 2014.
VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 13 van 20
Voortgezette opleiding
In dit kader dient opleiding gevolgd te worden overeenkomstig de catalogus voortgezette opleiding
goedgekeurd door de Minister, op voordracht van het Kenniscentrum. Op dit moment zijn er echter geen
opleidingen voorhanden.
Permanente opleiding
Vorming over en oefening met het beschikbare materieel en procedures met als objectief het verankeren
van de vaardigheden in de dagelijkse praktijk. De onderwerpen die hiervan deel uitmaken worden
opgenomen in het oefenplan.
Kritische succesfactoren
Het aantal uur permanente en voortgezette opleiding samen bedraagt 6 uur/oefenjaar per type
hoogtewerker op de post aanwezig.
De oefenkaart zal als meetinstrument gebruikt worden om te bepalen of de vaardigheden voldoende zijn
of er bijkomende opleiding noodzakelijk is. Een aantal oefenkaarten zijn basis en dienen door iedere
“bediener-hoogtewerker” beoefend te worden. Daarnaast kunnen per post een aantal speerpunten
vooropgesteld worden.
Indien het personeelslid niet de gestelde oefenkaarten en/of minder dan 80% van de gestelde oefentijd
heeft geoefend zal op het eind van een oefenperiode uitgenodigd worden tot het afleggen van een
accreditatieproef tot behoud van specialisatie.
Indien wel alle oefenkaarten in frequentie en meer dan 80% van de gestelde oefentijd werd geoefend,
zullen de aandachtspunten van de oefenkaarten worden meegenomen naar een volgend oefenjaar.
Indien er echter aandachtspunten zijn bij sleutelcriteria worden deze in eerste instantie met het
personeelslid besproken en kan, in overleg, beslist worden tot extra opleiding binnen hetzelfde oefenjaar.
Een accreditatieproef zal na deze periode bepalend zijn of de specialisatie behouden blijft.
6.2.4. Brandweerduiker
Selectie en voorwaarden
Voor het vrijwillig- en beroepspersoneel zijn het aantal te betrekken functies als “brandweerduiker” op
zonaal niveau opgenomen in het personeelsplan HVZ Midwest goedgekeurd door de zoneraad.
Indien er openstaande betrekkingen zijn als “brandweerduiker” zullen volgende criteria bepalend zijn om
de opleiding te starten:
1. Benoemd zijn als brandweerman.
2. Positieve evaluatie.
3. In bezit van tweesterrenbrevet van de wereldconfederatie van onderwateractiviteiten (CMAS) of
gelijkgesteld, of bereid module 1 te behalen volgens het MB van 07 juni 2010.
Basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef
Zoals vermeld ministerieel besluit van 7 juni 2010 betreffende het getuigschrift en de opleiding van
duiker voor de leden van de openbare hulpdiensten.
Na het slagen in de basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef volgens bovenvermeld besluit krijgt
het personeelslid een getuigschrift van brandweerduiker met een geldigheidsduur van vijf jaar, vanaf de
deliberatie die het examen over de laatste module van de opleiding afsluit.
Voortgezette opleiding
In dit kader dient de brandweerduiker te slagen in een vijfjaarlijkse test georganiseerd volgens de
bepalingen van bovenvermeld besluit.
Permanente opleiding
Volgens de bepalingen in bovenvermeld besluit dient de brandweerduiker minstens zes duiken per jaar in
het kader van oefeningen of interventies van de hulpdiensten uit te voeren.
Pagina 14 van 20 VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Dit kan behaald worden:
1. Tijdens oefeningen in zonale organisatie.
2. Tijdens maximaal 2 duikoefeningen/jaar op een externe locatie.
3. Tijdens interventies.
Kritische succesfactoren
Het aantal uur permanente en voortgezette opleiding samen bedraagt 14 uur/oefenjaar waarbij moet
kunnen aangetoond worden dat er minimaal voldaan is aan de bepalingen uit het ministerieel besluit.
6.2.5. Duikbegeleider
Selectie en voorwaarden
Voor het vrijwillig- en beroepspersoneel zijn het aantal te betrekken functies als “duikbegeleider” op
zonaal niveau opgenomen in het personeelsplan HVZ Midwest goedgekeurd door de zoneraad.
Indien er openstaande betrekkingen zijn als “duikbegeleider” zullen volgende criteria bepalend zijn om de
opleiding te starten:
1. Benoemd zijn als brandweerman.
2. Positieve evaluatie.
3. Ervaring als brandweerduiker.
4. Interesse in het brandweerduiken.
Basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef
Op dit moment is er geen wettelijke basis rond de inhoud en opleiding van deze functie. Vandaar bestaat
de opleiding uit:
3. Theoretische opleiding rond de procedures, seinmethodes en het materieel in gebruik bij
duikopdrachten.
4. Praktische opleiding samen met het zonaal duikteam.
De basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef bedraagt minimaal 10 uur en gebeurt steeds onder
begeleiding van een stagebegeleider-instructeur. Op het einde van deze aanstelling op proef wordt een
evaluatiedocument opgemaakt dat bepalend zal zijn om:
1. De functie toe te kennen.
2. De stage te verlengen.
3. Het personeelslid niet te weerhouden voor deze functie.
Als de stagebegeleider voorstelt om de periode van de vorming te verlengen, of het personeelslid na een
tweede ongunstige evaluatie in de functie “duikbegeleider” niet te weerhouden kan deze laatste het
geval voorleggen aan de stagecommissie gevormd in de geest van art. 49 van het koninklijk besluit van 19
april 2014.
Voortgezette opleiding
In dit kader dient opleiding gevolgd te worden overeenkomstig de catalogus voortgezette opleiding
goedgekeurd door de Minister, op voordracht van het Kenniscentrum. Op dit moment zijn er echter geen
opleidingen voorhanden.
Permanente opleiding
Vorming over en oefening met het beschikbare materieel en procedures met als objectief het verankeren
van de vaardigheden in de dagelijkse praktijk. De onderwerpen die hiervan deel uitmaken worden
opgenomen in het oefenplan.
Kritische succesfactoren
Het aantal uur permanente en voortgezette opleiding samen bedraagt 12 uur/oefenjaar.
De oefenkaart zal als meetinstrument gebruikt worden om te bepalen of de vaardigheden voldoende zijn
of er bijkomende opleiding noodzakelijk is. Een aantal oefenkaarten zijn basis en dienen door iedere
“duikbegeleider” beoefend te worden. Daarnaast kunnen per post een aantal speerpunten vooropgesteld
worden.
VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 15 van 20
Indien het personeelslid niet de gestelde oefenkaarten en/of minder dan 80% van de gestelde oefentijd
heeft geoefend zal op het eind van een oefenperiode uitgenodigd worden tot het afleggen van een
accreditatieproef tot behoud van specialisatie.
Indien wel alle oefenkaarten in frequentie en meer dan 80% van de gestelde oefentijd werd geoefend,
zullen de aandachtspunten van de oefenkaarten worden meegenomen naar een volgend oefenjaar.
Indien er echter aandachtspunten zijn bij sleutelcriteria worden deze in eerste instantie met het
personeelslid besproken en kan, in overleg, beslist worden tot extra opleiding binnen hetzelfde oefenjaar.
Een accreditatieproef zal na deze periode bepalend zijn of de specialisatie behouden blijft.
6.2.6. Gaspakdrager
Selectie en voorwaarden
Voor het vrijwillig- en beroepspersoneel zijn het aantal te betrekken functies als “gaspakdrager” op
zonaal niveau opgenomen in het personeelsplan HVZ Midwest goedgekeurd door de zoneraad.
Indien er openstaande betrekkingen zijn als “gaspakdrager” zullen volgende criteria bepalend zijn om de
opleiding te starten:
1. Benoemd zijn als brandweerman.
2. Gunstige evaluatie.
3. Zich beschikbaar kunnen stellen in een post aangeduid ten behoeve van de operationele
organisatie van de specialiteit.
4. In het bezit zijn van een medisch attest afgeleverd door een arbeidsgeneesheer, overeenkomstig
artikel 124 en volgende van Titel II van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming. Dit
attest vermeldt met name dat de kandidaat geen enkele medische, en meer in het bijzonder hart-
long contra-indicatie vertoont voor de deelname aan fysiek zware oefeningen waarbij
ademhalingstoestellen en gaspakken vereist zijn.
Basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef
Zoals vermeld ministerieel besluit van 22 november 2004 betreffende het getuigschrift en de opleiding van
gaspakdrager.
Na het slagen in de basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef volgens bovenvermeld besluit krijgt
het personeelslid een getuigschrift van gaspakdrager met een geldigheidsduur van drie jaar, vanaf de
deliberatie die het examen over de laatste module van de opleiding afsluit.
Voortgezette opleiding
Volgens de bepalingen van bovenvermeld besluit dient de gaspakdrager te slagen in een driejaarlijkse
opleiding van 6 uur.
Permanente opleiding
Volgens de bepalingen in bovenvermeld besluit dient het personeelslid deel te nemen aan minstens zes
uren permanente opleiding gaspakdrager per jaar
Kritische succesfactoren
Het aantal uur permanente en voortgezette opleiding samen bedraagt 24 uur over een referentieperiode
van drie jaar waarbij moet kunnen aangetoond worden dat er minimaal voldaan is aan de bepalingen uit
het ministerieel besluit.
6.2.7. Ontsmettingsteam
Selectie en voorwaarden
Voor het vrijwillig- en beroepspersoneel zijn het aantal te betrekken functies als “ontsmettingsteam” op
zonaal niveau opgenomen in het personeelsplan HVZ Midwest goedgekeurd door de zoneraad.
Indien er openstaande betrekkingen zijn als “ontsmettingsteam” zullen volgende criteria bepalend zijn om
de opleiding te starten:
1. Gunstige evaluatie.
2. Zich beschikbaar kunnen stellen in een post waar het zonaal ontsmettingsteam zijn standplaats
heeft of een post aangeduid ten behoeve van de operationele organisatie van de specialiteit.
Pagina 16 van 20 VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef
Op dit moment is er geen wettelijke basis rond de inhoud en opleiding van deze functie. Vandaar bestaat
de opleiding uit:
1. Theoretische opleiding rond de procedures en het materieel in gebruik bij ontsmettingsopdrachten
bij gaspakinzet.
2. Praktische opleiding samen met het zonaal gaspakkenteam
De basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef bedraagt minimaal 10 uur en is steeds onder
begeleiding van een stagebegeleider-instructeur. Op het einde van deze aanstelling op proef wordt een
evaluatiedocument opgemaakt dat bepalend zal zijn om:
1. De functie toe te kennen.
2. De stage te verlengen.
3. Het personeelslid niet te weerhouden voor deze functie.
Als de stagebegeleider voorstelt om de periode van de vorming te verlengen, of het personeelslid na een
tweede ongunstige evaluatie in de functie “ontsmettingsteam” niet te weerhouden kan deze laatste het
geval voorleggen aan de stagecommissie gevormd in de geest van art. 49 van het koninklijk besluit van 19
april 2014
Voortgezette opleiding
In dit kader dient opleiding gevolgd te worden overeenkomstig de catalogus voortgezette opleiding
goedgekeurd door de Minister, op voordracht van het Kenniscentrum. Op dit moment zijn er echter geen
opleidingen voorhanden.
Permanente opleiding
Vorming over en oefening met het beschikbare materieel en procedures met als objectief het verankeren
van de vaardigheden in de dagelijkse praktijk. De onderwerpen die hiervan deel uitmaken worden
opgenomen in het oefenplan.
Kritische succesfactoren
Het aantal uur permanente en voortgezette opleiding samen bedraagt 6 uur/oefenjaar.
De oefenkaart zal als meetinstrument gebruikt worden om te bepalen of de vaardigheden voldoende zijn
of er bijkomende opleiding noodzakelijk is.
Indien het personeelslid niet de gestelde oefenkaarten en/of minder dan 80% van de gestelde oefentijd
heeft geoefend zal op het eind van een oefenperiode uitgenodigd worden tot het afleggen van een
accreditatieproef tot behoud van specialisatie.
Indien wel alle oefenkaarten in frequentie en meer dan 80% van de gestelde oefentijd werd geoefend,
zullen de aandachtspunten van de oefenkaarten worden meegenomen naar een volgend oefenjaar.
Indien er echter aandachtspunten zijn bij sleutelcriteria worden deze in eerste instantie met het
personeelslid besproken en kan, in overleg, beslist worden tot extra opleiding binnen hetzelfde oefenjaar.
Een accreditatieproef zal na deze periode bepalend zijn of de specialisatie behouden blijft.
6.2.8. Lid RED team
Selectie en voorwaarden
Voor het vrijwillig- en beroepspersoneel zijn het aantal te betrekken functies als “RED-team” op zonaal
niveau opgenomen in het personeelsplan HVZ Midwest goedgekeurd door de zoneraad.
Indien er openstaande betrekkingen zijn als “RED-team” zullen volgende criteria bepalend zijn om de
opleiding te starten:
1. Benoemd zijn als brandweerman.
2. Positieve evaluatie.
3. Slagen in de sportproeven zoals bij aanwerving met uitzondering van de zwemproef. Deze wordt
vervangen door een hoogteproef.
4. Zich beschikbaar kunnen stellen in een post aangeduid ten behoeve van de operationele
organisatie van de specialiteit.
VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 17 van 20
Basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef
Op dit moment is er geen wettelijke basis rond de inhoud en opleiding van deze functie. Vandaar bestaat
de opleiding uit:
1. Volgen en slagen voor de opleiding Hoogteredder-operator Rescue 3
2. Volgen en slagen voor de opleiding Hoogteredder-technician Rescue 3
De basisopleiding en vorming bij aanstelling is steeds onder begeleiding van een stagebegeleider-
instructeur. Op het einde van deze aanstelling op proef wordt een evaluatiedocument opgemaakt dat
bepalend zal zijn om:
1. De functie toe te kennen.
2. De stage te verlengen.
3. Het personeelslid niet te weerhouden voor deze functie.
Als de stagebegeleider voorstelt om de periode van de vorming te verlengen, of het personeelslid na een
tweede ongunstige evaluatie in de functie “ontsmettingsteam” niet te weerhouden kan deze laatste het
geval voorleggen aan de stagecommissie gevormd in de geest van art. 49 van het koninklijk besluit van 19
april 2014.
Voortgezette opleiding
In dit kader dient opleiding gevolgd te worden overeenkomstig de catalogus voortgezette opleiding
goedgekeurd door de Minister, op voordracht van het Kenniscentrum. Op dit moment zijn er echter geen
opleidingen voorhanden.
Permanente opleiding
Vorming over en oefening met het beschikbare materieel en procedures met als objectief het verankeren
van de vaardigheden in de dagelijkse praktijk. De onderwerpen die hiervan deel uitmaken worden
opgenomen in het oefenplan.
Kritische succesfactoren
Het aantal uur permanente en voortgezette opleiding samen bedraagt 40 uur/oefenjaar.
De oefenkaart zal als meetinstrument gebruikt worden om te bepalen of de vaardigheden voldoende zijn
of er bijkomende opleiding noodzakelijk is.
Indien het personeelslid niet de gestelde oefenkaarten en/of minder dan 80% van de gestelde oefentijd
heeft geoefend zal op het eind van een oefenperiode uitgenodigd worden tot het afleggen van een
accreditatieproef tot behoud van specialisatie.
Indien wel alle oefenkaarten in frequentie en meer dan 80% van de gestelde oefentijd werd geoefend,
zullen de aandachtspunten van de oefenkaarten worden meegenomen naar een volgend oefenjaar.
Indien er echter aandachtspunten zijn bij sleutelcriteria worden deze in eerste instantie met het
personeelslid besproken en kan, in overleg, beslist worden tot extra opleiding binnen hetzelfde oefenjaar.
Een accreditatieproef zal na deze periode bepalend zijn of de specialisatie behouden blijft.
6.2.9. Ambulancier
Selectie en voorwaarden
Zoals vermeld in artikel 41 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief
statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone kan de zoneraad beslissen dat de
beroeps-stagiair zijn brevet ambulancier moet behalen. Het arbeidsreglement legt het brevet ambulancier
op als verplichting voor de beroepsbrandweerman/korporaal.
Voor het vrijwillig personeel en het administratief personeel zijn het aantal te betrekken functies als
“ambulancier” opgenomen in het personeelsplan HVZ Midwest goedgekeurd door de zoneraad.
Indien er openstaande betrekkingen zijn als ambulancier zullen volgende criteria bepalend zijn om de
opleiding te starten:
1. Benoemd zijn als brandweerman of kunnen benoemd worden tot ambulancier-niet-brandweerman
of coördinator hulpverlener-ambulancier.
2. Gunstige evaluatie.
3. Zich beschikbaar kunnen stellen in een post aangeduid ten behoeve van de operationele
organisatie van de specialiteit.
Pagina 18 van 20 VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Basisopleiding vorming bij aanstelling op proef
Zoals vermeld Koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra
voor hulpverleners-ambulanciers.
Na het slagen in de basisopleiding krijgt het personeelslid een brevet van ambulancier met een
geldigheidsduur van vijf jaar.
De stagiair ambulancier dient na het behalen van de basisopleiding een vorming bij aanstelling op proef te
volgen, dit voor een periode van minimaal 24 diensten en steeds onder begeleiding van een
stagebegeleider-instructeur. Op het einde van deze aanstelling op proef wordt een evaluatiedocument
opgemaakt dat bepalend zal zijn om:
1. de functie toe te kennen.
2. De stage te verlengen.
3. Het personeelslid niet te weerhouden voor deze functie.
Als de stagebegeleider voorstelt om de periode van de vorming te verlengen, of het personeelslid na een
tweede ongunstige evaluatie in de functie “ambulancier” niet te weerhouden kan deze laatste het geval
voorleggen aan de stagecommissie gevormd in de geest van art. 49 van het koninklijk besluit van 19 april
2014.
Voortgezette opleiding
Volgens de bepalingen van bovenvermeld besluit vindt een beoordeling van de hulpverleners-ambulanciers
om de vijf jaar plaats, na afloop van de permanente opleiding, met het oog op de verlenging van het
brevet.
Permanente opleiding
Volgens de bepalingen in bovenvermeld besluit dient het personeelslid deel te nemen aan minstens 24
uren permanente opleiding ambulancier per jaar. Deze opleiding dient georganiseerd te worden door een
erkend opleidingscentrum.
6.2.10 Dispatcher
Selectie en voorwaarden
Voor het beroepskader dient ieder personeelslid deze functie op te nemen.
Voor het vrijwillig en administratief personeel zijn het aantal te betrekken functies als “dispatcher” op
zonaal niveau opgenomen in het personeelsplan HVZ Midwest goedgekeurd door de zoneraad.
Indien er openstaande betrekkingen zijn als “dispatcher” zullen volgende criteria bepalend zijn om de
opleiding te starten:
1. Benoemd zijn als brandweerman of als ambulancier-niet-brandweerman.
2. Gunstige evaluatie.
3. Slagen in een schriftelijke en mondelinge proef.
Basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef
Op dit moment is er geen wettelijke basis rond de inhoud en opleiding van deze functie. Vandaar bestaat
de opleiding uit:
- Theoretische opleiding rond het gebruik en het toepassingsgebied van de dispatch.
- Praktische opleiding onder leiding van een stagebegeleider-instructeur.
De basisopleiding en vorming bij aanstelling op proef bedraagt minimaal 12 uur en is steeds onder
begeleiding van een stagebegeleider-instructeur. Op het einde van deze aanstelling op proef wordt een
evaluatiedocument opgemaakt dat bepalend zal zijn om:
1. De functie toe te kennen.
2. De stage te verlengen.
3. Het personeelslid niet te weerhouden voor deze functie.
VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 19 van 20
Als de stagebegeleider voorstelt om de periode van de vorming bij aanstelling op proef te verlengen, of
het personeelslid na een tweede ongunstige evaluatie in de functie “dispatcher” niet te weerhouden kan
deze laatste het geval voorleggen aan de stagecommissie gevormd in de geest van art. 49 van het
koninklijk besluit van 19 april 2014.
Voortgezette opleiding
In dit kader dient opleiding gevolgd te worden overeenkomstig de catalogus voortgezette opleiding
goedgekeurd door de Minister, op voordracht van het Kenniscentrum. Op dit moment zijn er echter geen
opleidingen voorhanden.
Permanente opleiding
Vorming over en oefening met het beschikbare materieel en procedures met als objectief het verankeren
van de vaardigheden in de dagelijkse praktijk. De onderwerpen die hiervan deel uitmaken worden
opgenomen in het oefenplan.
Kritische succesfactoren
Het aantal uur permanente en voortgezette opleiding samen bedraagt 4 uur/oefenjaar.
De oefenkaart zal als meetinstrument gebruikt worden om te bepalen of de vaardigheden voldoende zijn
of er bijkomende opleiding noodzakelijk is. Een aantal oefenkaarten zijn basis en dienen door iedere
“dispatcher” beoefend te worden.
Indien het personeelslid niet de gestelde oefenkaarten en/of minder dan 80% van de gestelde oefentijd
heeft geoefend zal op het eind van een oefenperiode uitgenodigd worden tot het afleggen van een
accreditatieproef tot behoud van specialisatie.
Indien wel alle oefenkaarten in frequentie en meer dan 80% van de gestelde oefentijd werd geoefend,
zullen de aandachtspunten van de oefenkaarten worden meegenomen naar een volgend oefenjaar.
Indien er echter aandachtspunten zijn bij sleutelcriteria worden deze in eerste instantie met het
personeelslid besproken en kan, in overleg, beslist worden tot extra opleiding binnen hetzelfde oefenjaar.
Een accreditatieproef zal na deze periode bepalend zijn of de specialisatie behouden blijft.
6.2.11 Andere bepalingen
Als er openstaande betrekkingen zijn voor de specialiteiten worden in eerste instantie de criteria nagezien
die bepalend zijn om de opleiding te starten (zie desbetreffend artikel).
Bij de onmogelijkheid om het aantal kandidaten op deze manier vast te leggen wordt een bijkomende
weging van de kandidaten uitgevoerd op basis van de volgende factoren:
- De beschikbaarheid in specifieke posten afhankelijk van de operationele organisatie van de
specialiteit.
- In het kader van de uitrukbaarheid van een post, de procentuele beschikbaarheid op jaarbasis.
- De competenties van de kandidaten die nuttig zijn voor de uitvoering van de specialiteit, die
kunnen aangetoond worden via brevetten, getuigschriften, diploma’s,....
- De competenties van de kandidaten die nuttig zijn voor de uitvoering van de specialiteit, de
motivatie en het inzicht in de functie die aangetoond worden in een vergelijkende test. De jury
wordt samengesteld door de zonecommandant op advies van de zonale werkgroep vorming.
7. RECHTEN EN PLICHTEN
Meldingsplicht
Het personeelslid dat om een ernstige reden niet kan deelnemen aan een toegestane- of verplichte
opleiding, deelt dat voor de aanvang van de vorming mee aan zijn leidinggevende, tenzij in geval van
overmacht.
In dat geval dient de melding te gebeuren van zodra dit mogelijk is.
Leerbereidheid / Kennisdeling
Het personeelslid deelt het geleerde op een werkoverleg en/of tijdens een informeel contact met
collega’s en integreert dit waar mogelijk in de uitvoering van de taken. De eventuele actiepunten kunnen
opgenomen worden in de taakafspraken in het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) voor verdere
opvolging.
Pagina 20 van 20 VORMINGSREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Vormingsbeslissing
De beslissing tot het opleggen van, het toelaten tot of het weigeren van een vorming wordt voldoende
gemotiveerd.
Meer bepaald kan vorming geweigerd worden:
 Indien het inwilligen van vormingsaanvragen voor gevolg zou hebben dat de continuïteit van de
dienstverlening in het gedrang zou komen.
 Indien deelname aan een vorming onvoldoende inhoudelijke relevantie of meerwaarde voor de
hulpverleningszone of voor het personeelslid in kwestie meebrengt.
Als de vorming om een van deze redenen geweigerd wordt, kan in overleg een geschikt alternatief gezocht
worden.
Omwille van organisatorische redenen (behoeften van de zone/post, budgettair, …) kan het aantal
kandidaten, dat wordt toegelaten tot een bepaalde opleiding worden beperkt.
Beroepsmogelijkheden
Het personeelslid dat niet akkoord gaat met een beslissing omtrent een aanvraag voor het volgen van
bijscholing of de toegekende compensaties, kan beroep instellen bij de zonecommandant. In samenspraak
met het hoofd vorming en opleiding, legt hij/zij een voorstel aan de technische commissie, die uitspraak
doet.
8. FINANCIERING EN ONDERSTEUNING
Vormingskosten
Vormingskosten omvatten de directe kosten die voortvloeien uit deelname aan de vorming, ondermeer de
deelname-, syllabus-, examenkosten. De reis- en verblijfskosten worden vergoed volgens de modaliteiten
in het geldelijk statuut en het arbeids- en huishoudelijk reglement.
Voor verplichte opleiding en opleidingen in het kader van de functionele loopbaan worden de
vormingskosten betaald door de zone. Voor de andere opleidingen kunnen de vormingskosten door de zone
betaald worden binnen de perken van de goedgekeurde vormingskredieten en in functie tot de behoeften
van de organisatie. De mate van tegemoetkoming van deze ondersteuning hangt af van de verhouding tot
het nut van de job. De verhouding wordt uitgedrukt in een percentage en wordt, op advies van het hoofd
vorming, bepaald door de zonecommandant. Dit percentage is ook het percentage van tegemoetkoming in
de vormingskosten.
Bij ongeoorloofde of ongewettigde afwezigheid tijdens de opleiding, bij vroegtijdige stopzetting van de
opleiding of bij niet deelname aan de examens zonder geldige reden, kan de zonecommandant besluiten
tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de vormingskosten die door de zone werden ten laste
genomen.
Vormingsverlof
Vormingsverlof omvat dienstvrijstelling (binnen de persoonlijke stamtijden) en/of compensatieverlof voor
de werkelijke vormings- en verplaatsingstijd. De deelname aan examens wordt beschouwd als
vormingstijd.
Voor vormingsactiviteiten worden de prestaties vergoed volgens het geldelijk statuut, ongeacht het
tijdstip van deelname.
Voor een middagpauze voorzien in een vormingsdag, wordt geen compensatieverlof toegekend.
De aanwezigheid op de opleiding dient te worden aangetoond met een bewijs van ‘regelmatige
deelname’, afgeleverd door de vormingsinstantie.
9. SLOTBEPALINGEN
Dit vormingsreglement wordt van kracht op ../../….
Op de vormingsactiviteiten waaraan personeelsleden deelnemen op het ogenblik van het van kracht
worden van dit reglement blijven de eerder geldende bepalingen van toepassing.
This document is © 2016 by marc - all rights reserved.
BijlageGrootte
Vormingsreglement Zone Midwest.pdf545.77 KB