Kledijreglement zone Midwest

Embedded Scribd iPaper - Requires Javascript and Flash Player

KLEDIJREGLEMENT
goedgekeurd in de Zoneraad
van 26 januari 2016
Pagina 2 van 6 KLEDIJREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Kledijreglement voor de hulpverleningszone Midwest 3
1. Basisbegrippen en definities 3
1.1. Persoonlijke beschermingsmiddelen 3
1.2. Bijkomende uitrusting 3
1.3. Basisinterventie- uitrusting 3
1.4. Interventie in het kader van DGH- uitrusting 4
1.5. Uitgaanstenue 4
1.6. Diensttenue 4
2. Afspraken 4
2.1. Uitgaanstenue 5
2.2. Diensttenue 5
2.3. Basisinterventie-uitrusting 5
3. Basispakket kledij 5
4. Slotbepalingen 6
KLEDIJREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 3 van 6
KLEDIJREGLEMENT VOOR DE HULPVERLENINGSZONE MIDWEST
- Gelet op het Koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief statuut van
het operationeel personeel van de hulpverleningszone.
- Gelet op het ministrieel besluit van 02 april 1980 houdende vaststelling van het uitgaangstenue
van de leden van de brandweerdiensten.
- Gelet op de ministriële omzendrbrief van 10 december 1984 betreffende de individuele
beschermingsmiddelen van het personeel.
- Gelet op de ministriële omzendbrief van 09 oktober 1986 betreffende de aankoop van persoonlijke
beschermingsmiddelen voor het personeel van de brandweer.
- Gelet op het ministrieel besluit van 01 oktober 1991 tot vaststelling van het diensttenue van de
leden van de brandweer.
- Gelet op de ministriële omzendbrief van 11 juni 1992 betreffende het diensttenue voor het
personeel.
- Gelet op de ministriële omzendbrief van 04 november 1993 betreffende het diensttenue voor het
personeel.
- Gelet op het Koninklijk besluit van 06 juli 2004 betreffende de werkkledij.
- Gelet op het Koninklijk besluit van 13 juni 2005 betreffende het gebruik van persoonlijke
beschermingsmiddelen.
- Gelet op de ministeriële omzendbrief van 02 oktober 2007 betreffende de markering van
brandweerhelmen.
- Gelet op de ministeriële omzendbrief van 2015 tot wijziging van de ministeriële omzendbrief van
02 oktober 2007 betreffende de markering van de brandweerhelmen en tot invoering van de
nieuwe insignes ingevolgde de hervorming van de civiele veiligheid.
- Gelet op het koninklijk besluit van 30 augustus 2013 tot vaststelling van de minimale normen
betreffende de persoonlijke beschermingsmiddelen en de bijkomende uitrusting die de
hulpverleningszones en personen ter beschikking stellen van hun operationeel personeel.
1. BASISBEGRIPPEN EN DEFINITIES
1.1. Persoonlijke beschermingsmiddelen
Elk middel bedoeld in artikel 3, 4°, van het koninklijk besluit van 13 juni 2005 betreffende het gebruik van
persoonlijke beschermingsmiddelen.
1.2. Bijkomende uitrusting
Elke uitrusting die het mogelijk maakt om gevaren op te sporen of te identificeren of om risico’s te meten
met inbegrip van signalisatiemateriaal.
1.3. Basisinterventie- uitrusting
Persoonlijk beschermingsmiddel nodig voor de interventies en bestaat uit:
 Een beschermingsvest en -broek voor brandweerlieden conform de geldende norm.
 Schoenen voor brandweerlieden conform de geldende norm type 2.
 Een helm voor de bestrijding van brand in gebouwen en andere structuren (genaamd
brandweerhelm) conform de geldende norm, uitgerust met een ATEX lamp.
 Beschermingshandschoenen voor brandweerlieden conform de geldende norm.
 Vlamvertragende bivakmuts.
 Signalisatiekazuifel volgens de geldende norm EN20471 klasse 3.
Pagina 4 van 6 KLEDIJREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Deze uitrusting kan aangevuld worden met:
 Voor technische hulpverlening, een veiligheidshelm conform de geldende norm inzake helmen voor
alpinisten en industriële helmen, uitgerust met een ATEX lamp.
 Technische handschoenen conform de geldende norm voor veiligheidshandschoenen tegen
mechanische risico's die een hoge graad van bescherming tegen het risico van snijwonden bieden.
 Overall in een niet brandbare stof met hittebeschermende en antistatische eigenschappen volgend
de geldende normering.
1.4. Interventie in het kader van DGH- uitrusting
Persoonlijk beschermingsmiddel nodig voor de interventies en bestaat uit:
 Een kledingstuk (jas en/of polo) met zichtbaarheid conform de geldende norm EN20471 klasse 3.
 Een diensttenue.
 Schoenen voor brandweerlieden conform de geldende norm type 2 of veiligheidsschoenen conform
de geldende norm.
 Een veiligheidshelm confom de geldende norm inzake helmen voor alpinisten en industriële
helmen, uitgerust met een ATEX lamp.
 Technische handschoenen conform de geldende norm voor veiligheidshandschoenen tegen
mechanische risico's die een hoge graad van bescherming tegen het risico van snijwonden bieden.
 Medische handschoenen.
1.5. Uitgaanstenue
Kledij zoals bedoeld in het ministrieel besluit van 02 april 1980 en bestaat uit:
 De jekker of uniformjas.
 De lange broek of rok voor het vrouwelijk personeel.
 De mantel (te dragen vanaf 01 november tot en met 31 maart).
 De pet of hoed voor het vrouwelijk personeel.
 Het hemd in blauwe kleur voor basis- en middenkader, wit voor het hoger kader.
 Schouderpassanten.
 De das in blauwe kleur voor het basis- en middenkader, zwart voor het hoger kader.
 De handschoenen in witte kleur voor basis- en middenkader, zwart leder voor het hoger kader.
1.6. Diensttenue
Onder diensttenue wordt verstaan de werkkledij in de zin van artikel 103bis van het Algemeen Reglement
voor de Arbeidsbescherming en zoals gedefinieerd in artikel 2 van het KB van 6 juli 2004 (gewijzigd bij KB
van 19-12-2006) betreffende werkkledij en bestaat uit:
 Dienstbroek en –jas uitgevoerd in een niet brandbare stof met hittebeschermende en antistatische
eigenschappen volgens de geldende normering.
 Polo met lange mouwen in een niet brandbare stof met hittebeschermende en antistatische
eigenschappen volgend de geldende normering en/of polo met korte mouwen niet uitgevoerd met
brandvertragende of hittebeschermde eigenschappen.
 Wintertrui in een niet brandbare stof met hittebeschermende en antistatische eigenschappen
volgens de geldende normering.
 Passanten voor de dienstjas of wintertrui.
 Badge van de HVZ Midwest.
 Pet.
Deze uitrusting kan aangevuld worden met:
 Commandomuts.
 Schoenen voor brandweerlieden conform de geldende norm type 2 of veiligheidsschoenen conform
de geldende norm.
 Sokken.
2. AFSPRAKEN
 Dit reglement is van toepassing op de personeelsleden die behoren tot het operationeel kader.
 Conform artikel 5 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij
de uitvoering van hun werk en de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998
KLEDIJREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest Pagina 5 van 6
betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, is de
hulpverleningszone ertoe gehouden om de risico's inherent aan het werk op te sporen en de
gepaste materiële maatregelen te nemen om hieraan te verhelpen.
 Het personeelslid draagt zorg voor de kledings- en uitrustingsvoorwerpen, die hem ter beschikking
gesteld worden door de zone. Beschadigingen of noodzakelijke herstellingen worden zo snel als
mogelijk gemeld aan de verantwoordelijke.
 Het personeelslid brengt geen enkele aanpassingen aan op de door de hulpverleningszone ter
beschikking gestelde kledijstukken.
 Het uitgaans- en diensttenue wordt door het personeelslid zelf bewaard. De overige dient zich in
de brandweerkazerne te bevinden. De zonecommandant kan in het belang van de dienst hierop
afwijkingen toestaan.
 Alleen het dragen van eretekens verleend door de Belgische regering is toegelaten. Door
buitenlandse regeringen uitgereikte eretekens mogen slechts worden gedragen, wanneer daartoe
toelating is verleend.
 Het personeelslid dat het korps verlaat is verplicht zijn kledij en uitrusting binnen de 8 dagen in
goede staat bij de verantwoordelijke in te leveren. Van deze regel kan door de zoneraad worden
afgeweken, wat het uitgaanstenue betreft, voor het personeelslid dat eervol ontslag heeft
bekomen.
 Het personeelslid dat in dienst komt krijgt een basispakket aan dienst- en interventiekledij. Het
uitgaanstenue wordt pas ter beschikking gesteld na benoeming.
2.1. Uitgaanstenue
Het uitgaanstenue mag enkel bij de uitoefening van de dienst of ter gelegenheid van vergaderingen voor
beroepsbelangen of officiële plechtigheden gedragen worden.
Het uitgaanstenue dient in zijn geheel gezien te worden, waarvan de samenstellende delen niet
afzonderlijk gedragen mogen worden.
Bij het uitgaanstenue worden steeds schoenen gedragen conform het ministrieel besluit van 02 april 1980.
Het uitgaanstenue moet uiterlijk twee uren na het eindigen van de dienst worden afgelegd.
2.2. Diensttenue
De diensttenue wordt steeds gedragen tijdens de diensturen en alle oefeningen en opleidingen zowel in
als buiten de kazerne, behalve wanneer het uitgaanstenue verplicht is of wanneer het dragen van het
diensttenue, wegens de aard van de uit te voeren werken niet geschikt is.
De diensttenue dient in zijn geheel gezien te worden, waarvan de samenstellende delen niet afzonderlijk
gedragen mogen worden of worden aangevuld met persoonlijke kledij.
2.3. Basisinterventie-uitrusting
Gelet op artikel 5 van het koninklijk besluit van 30 augustus 2013 tot vaststelling van de minimale normen
betreffende de persoonlijke beschermingsmiddelen en de bijkomende uitrusting die de
hulpverleningszones en personen ter beschikking stellen van hun operationeel personeel. Hier wordt
gesteld dat de onder interventie uitrusting gedragen kledij bestaat uit kledij met lange mouwen en lange
pijpen en bestaat niet uit brandbare of smeltbare materialen.
Hiervoor zijn enkel onderstaande combinatiemogelijkheden toegelaten:
1. De diensttenue wordt in zijn geheel gedragen waarbij de dienstjas kan vervangen worden door een
polo met lange mouwen in een niet brandbare stof met hittebeschermende en antistatische
eigenschappen volgens de geldende norm.
2. De diensttenue wordt in zijn geheel niet gedragen en vervangen door een overall in een niet
brandbare stof met hittebeschermende en antistatische eigenschappen volgens de geldende norm.
3. BASISPAKKET KLEDIJ
Ieder personeelslid beschikt over een basispakket volgens de voorwaarden gesteld in punt 2 van dit
reglement.
Pagina 6 van 6 KLEDIJREGLEMENT Hulpverleningszone Midwest
Het kledijstuk kan vervangen en/of uitgereikt worden binnen de gestelde periode en de budgettaire
mogelijkheden waarbij het te vervangen kledijstuk dient te worden ingediend bij de verantwoordelijke.
Beroeps
personeel
Vrijwilliger met
wachtdienst
Vrijwilliger
zonder
wachtdienst
Administratief
personeel
dispatcher
Aan
-tal
Vervang
periode
Aan
-tal
Vervang
periode
Aan
-tal
Vervang
periode
Aan
-tal
Vervang
periode
Basisinterventie-uitrusting
Brandweerjas 1 10 jaar 1 10 jaar 1 10 jaar
Brandweerbroek 1 7 jaar 1 7 jaar 1 7 jaar
Brandweerhelm 1 10 jaar 1 10 jaar 1 10 jaar
Handschoenen brand 1 5 jaar 1 5 jaar 1 5 jaar
Brandweerlaarzen 1 5 jaar 1 5 jaar 1 8 jaar
Beschermmuts 1 5 jaar 1 5 jaar 1 10 jaar
Handschoenen THV 1 5 jaar 1 5 jaar 1 5 jaar
Overall 1 5 jaar 1 5 jaar 1 5 jaar
Basisuitrusting DGH
Ambulanciersjas 1 7 jaar 1 7 jaar
Polo 2 2 jaar 1 2 jaar
Dienstkledij
Broek 3 2 jaar 2 4 jaar 1 6 jaar 1 2 jaar
Jas 2 4 jaar 1 6 jaar 1 6 jaar 1 6 jaar
Polo lang/kort 5 1 jaar 2 1 jaar 1 2 jaar 2 1 jaar
Wintertrui 3 1 jaar 1 3 jaar 1 5 jaar 1 3 jaar
Pet/muts 1 1 jaar 1 10 jaar 1 10 jaar 1 10 jaar
Sokken 6 1 jaar
Sportkledij 1 1 jaar
Werkschoenen 1 1 jaar 1 1 jaar 1 5 jaar 1 1 jaar
Uitgaanstenue
Volledig uniform 1 15 jaar 1 15 jaar 1 15 jaar
Zwarte schoenen 1 2 jaar
Sokken 3 1 jaar
4. SLOTBEPALINGEN
Dit kledijreglement wordt van kracht op ../../….
This document is © 2016 by marc - all rights reserved.
BijlageGrootte
Kledijreglement Zone Midwest.pdf448.59 KB